Posts tonen met het label boeddhisme in Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeddhisme in Nederland. Alle posts tonen

zondag 12 april 2015

Het boeddhisme is makkelijk uit te leggen: het Achtvoudige Pad beoefenen - Wel alle acht dan - En 'Het juiste spreken' betekent niet 'Het onjuiste zwijgen'


De paus, ..., verdedigde zijn uitspraak door te zeggen
dat het zijn plicht was om niet te zwijgen.
'Het verzwijgen of ontkennen van het kwaad is als het toestaan dat
een
wond blijft bloeden zonder dat je die verbindt', sprak Franciscus.
De Volkskrant over uitspraak Paus t.a.v. genocide op Armeniërs


Het is helemaal niet zo moeilijk om aan een Nederlander uit te leggen wat het boeddhisme is. Om te beginnen moet duidelijk gemaakt worden dat 'HET' op zich niet interessant is, het gaat om het beoefenen van het boeddhisme.
En dat beoefenen is helder benoemd in het Achtvoudige Pad.
De meest gezaghebbende beschrijving van dit Pad is het essay 'The Noble Eightfold Path -
The Way to the End of Suffering
' door Bhikkhu Bodhi.
Korter, in het Nederland, is het overzicht van de website 'Sleuteltotinzicht ':

DE GROEP VAN WIJSHEID  (panna)
  1. Juist begrip
  2. Juiste gedachten
DE GROEP VAN MORALITEIT  (sila)
  3. Juiste spraak
   * Onthouding van het vertellen van leugens
   * Onthouding van het spreken van lasterende taal
   * Onthouding van het spreken van harde woorden
   * Onthouding van onzinnig gepraat
  4. Juist handelen
   * Onthouding van doden
   * Onthouding van nemen wat niet gegeven is
   * Onthouding van seksueel wangedrag
  5. Juiste wijze van levensonderhoud
DE GROEP VAN CONCENTRATIE  (samadhi)
  6. Juiste inspanning
  7. Juiste indachtigheid
   * Indachtigheid van het lichaam
   * Indachtigheid van gevoelens
   * Indachtigheid van de geest
   * Indachtigheid van mentale objecten
  8. Juiste concentratie
"

In mijn opvatting (die niet door iedereen wordt gedeeld) is de volgorde willekeurig. Het is een cyclisch pad waarvan de onderdelen steeds opnieuw (als het kan steeds iets hoger) worden beoefend.

Alle acht
Het benadrukken van de combinatie van deze acht is ook belangrijk omdat het duidelijk maakt dat niet één aspect beoefenen alleenzaligmakend is.
Daarom heb ik het 'alleen vipassana' ('indachtigheid', de 7e padfactor) van sommige leraren in de Mettavihari / Mahasi-methode af en toe kritisch 'Het Nobele Eénvoudige Pad' genoemd.

En omdat ook ethiek (hier 'moraliteit' genoemd) een onontbeerlijke factor is; dit lijkt misschien een overbodige toevoeging maar ik maak hem toch omdat ik de indruk heb dat sommige beoefenaren denken dat ze al verlicht zijn en daarom de 'gewone' ethiek niet meer nodig hebben. Een denkfout die ik niet alleen bij Theravadins opmerk maar ook bij sommige beoefenaren (leraren bv) van Zen en Tibetaans boeddhisme.

Juiste spraak
Eerst een opmerking over een eenzijdige toepassing van 'juiste spraak', ook wel genoemd 'zuivere spraak'.
Sommige boeddhisten gebruiken het derde punt van 'harde taal' graag naar anderen die stevig kritiek formuleren. Ze begrijpen m.i. het verschil tussen 'op de bal' en 'op de man' spelen niet.
Wat men zich daarbij dan kennelijk niet realiseert is er veel meer een loopje wordt genomen met het vierde punt, dat van 'onzinnig gepraat' oftewel gebabbel. Daar wordt niets aan gedaan (door moderatoren van discussies).

Hier wil ik inzoomen op een aspect van 'zuiver spreken' dat weinig aan de orde komt. Ik citeer Bhikkhu Bodhi:
" (1) Abstaining from false speech
Herein someone avoids false speech and abstains from it. He speaks the truth, is devoted to truth, reliable, worthy of confidence, not a deceiver of people. Being at a meeting, or amongst people, or in the midst of his relatives, or in a society, or in the king’s court, and called upon and asked as witness to tell what he knows, he answers, if he knows nothing: “I know nothing,” and if he knows, he answers: “I know”; if he has seen nothing, he answers: “I have seen nothing,” and if he has seen, he answers: “I have seen.” Thus he never knowingly speaks a lie, either for the sake of his own advantage, or for the sake of another person’ advantage, or for the sake of any advantage whatsoever.
This statement of the Buddha discloses both the negative and the positive sides to the precept.
The negative side is abstaining from lying, the positive side speaking the truth
."
(Onderstreping door mij.)

Dit voorschrift heeft dus twee aspecten, meestal wordt alleen het aspect 'niet liegen' genoemd, waarschijnlijk omdat voorschriften bijna altijd negatief ('iets niet doen') geformuleerd zijn. Het tweede aspecten - de waarheid spreken - is positief.
Het is: spreken ook als dat je niet populair maakt (bij bepaalde mensen, soms zelfs bij mensen die je waardeert).

Vandaar dat ik onder 'Zuiver spreken' ook versta:
Onthouding van zwijgen als er gesproken dient te worden;
vanuit de intentie dat de waarheid spreken zuiverend zal werken.
Zwijgen kan ook on-edel zijn, is niet altijd goud maar soms roest
.

Ook nu en ook in Nederland en ook door boeddhisten wordt er gezwegen terwijl er gesproken dient te worden.
Bijvoorbeeld over seksueel wangedrag van boeddhistische leraren.
Daar horen we ongetwijfeld de komende tijd meer van.
'Ongetwijfeld'? Beter kan ik zeggen: hopelijk. Want om te spreken over taboes, over onethisch gedrag van een op een voetstuk gezette leraar, is moed nodig. Extra moeilijk omdat men (de insiders) zo lang heeft gezwegen en dus steeds groeiende schaamte daarover heeft.
En moed is toch al een schaars goed in boeddhistisch Nederland.

woensdag 18 februari 2015

Bij mijn tweehondervijftigste blog: Wat zou er in een digitaal Kwartaalblad Boeddhisme kunnen komen?

Maart 2014 vierde ik het uitkomen van m'n 200e blogtekst met 'Tweehonderd boeddhistische blogs, hoe is het mogelijk ? Wat overzichten en wat toekomst ' , zie  'Tweehonderd ' .
Nu ben ik bij 250 aanbeland. Hieronder net zo als de vorige keren een overzicht.

Terwijl ik echt dacht zo ongeveer uitgeschreven te zijn. Elke week is het weer een verrassing dat ik weer een thema bedenk en inspiratie heb iets te schrijven.

Dat blijft natuurlijk het geval. Maar er is wel wat veranderd.
Het stoppen van het (papieren) tijdschrift 'BoeddhaMagazine '. Het vermoedelijke stoppen, moet ik nog steeds schrijven, zie m'n blog van 17 januari . Sindsdien hebben we nog niets van Asoka/Milinda vernomen.

Citaat uit m'n blogtekst:
"Het is zeer gewenst dat de uitgever snel een beslissing neemt over het al dan niet voortbestaan dit jaar. ...
Ook is het zeer gewenst dat de redactie de discussie over de toekomst open maakt via het door mij geciteerde laatste deel van het 'hoofdredactioneel' op hun website te plaatsen en de lezers nadrukkelijk uit te nodigen tot reactie er op, ook via hun facebook- en twitter-account."


Ik blijf er van uitgaan dat er lezers zijn (een paar honderd tot een paar duizend, ik weet het echt niet) die behoefte blijven houden aan artikelen zoals die in BoeddhaMagazine en haar voorgangers verschenen. Dat wil zeggen: de serieuze artikelen daaruit, met entertainment houd ik me niet bezig.
Ben ik de enige die dat vind?
Ook in het Boeddhistisch Dagblad werd aandacht besteed aan het vermoedelijke stoppen van BoeddhaMagazine, in een vorm die opvallend veel op die van mijn blog leek. Zie BD van 21 jan.

Inmiddels heb ik een werktitel van een nieuw tijdschrift bedacht: Kwartaalblad Boeddhisme, en heb ik de (voormalige?) redactie van BM nogmaals gestimuleerd het voortouw voor een nieuw tijdschrift te nemen voor dat (waarschijnlijke) geval dat het huidige BM, bij Asoka/Milinda, financieel niet meer mogelijk is. Een papieren of - in mijn inschatting waarschijnlijker - digitaal tijdschrift?

=====================================================================

Wat kan daar dan in komen en wat kan er het komende jaar in deze blog komen?

UPDATE 19 februari
De onderstaande rijtjes waren nog niet klaar, zijn een dag later aan deze blog toegevoegd
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
A. Vertalen van artikelen uit Engelstalige tijdschriften

Meestal uit elektronische tijdschriften. Ik ben er de afgelopen tijd tientallen tegengekomen waarvan ik denk: dat zou ook interessant zijn voor Nederlandse boeddhisten. Vertalen echter is wel een vak, niet het mijne, heb ik ontdekt.

Tijdschriften waarin ik denk:
* www.tricycle.com/blog/
* globalbuddhism.org/toc.html
* secularbuddhism.org/category/articles/
* blogs.dickinson.edu/buddhistethics/
* www.inquiringmind.com/ (gaat er mee stoppen maar van de afgelopen jaren is er nog een serie artikelen beschikbaar)
* Jayarava' Raves : hoewel Triratna-lid en soms sterk filologisch zijn de teksten van Jayarava (als ik ze doorgrond) boeiend, bv z'n autonome opvattingen over karma en wedergeboorre.

B. Thema's uit BoeddhaMagazine het afgelopen jaar

De late mag hoger gelegd worden, heb ik al gezegd, het aantal lezers zal sowieso afnemen. Een aantal rubrieken in de categorie 'human interest' met een boeddhistisch kantje kan beter naar het BoeddhistischDagblad (daar hebben ze nooit genoeg van). Wel denk ik aan:
* De meditatiepraktijk (straks ook van Zen en Tibetaans boeddhisme voorzover daar beoefend)
* Boeddha Basics (iets meer de verschillen tussen tradities benadrukken kan geen kwaad)
* Soetra uitgelegd
* De historische Boeddha
* Boekbesprekingen

C. Thema's die bij mij (min of meer) leven

* Boeddhisme in Duitsland . Opvallend dat we daar zo weinig van weten
* Plagiaat in het boeddhisme . D.w.z. in uitleggende en commentariërende teksten (talks, artikelen, boeken) van leraren e.d. Niet de Dharma zelf dus, uiteraard wordt die steeds herhaald: de Pali Canon en Sutra en andere oude teksten.
* Controversen in het boeddhisme, van alle tijden
* Wat moeten we met God in het boeddhisme?
* Het einde van de BOS en mogelijk de BUN dit jaar

=====================================================================

Overzicht van m'n blog tweehonderd tot tweehondervijftig

▼ ▼ 2015

▼  februari (3)
  • Zen punt Ennel zegt het boeddhisme definitief vaarwel...
  • Soka Gakkai (nu BUN-lid) de complexe waarheid bij ...
  • Soka Gakkai (nu BUN-lid etc) BIJLAGEN
▼  januari (5)
  • Het uitkomen van Boeddha Magazine nummer 79 Tijdsc...
  • Wat is er toch met dat willen bewijzen dat God (ni...
  • Bhikkhu Bodhi, Theravada monnik en geleerde, schet...
  • Inzichts Meditatie de komende veertig jaar (in de ...
  • Gastschrijvers nu ook welkom in dit Boeddhisme Blo...

▼ ▼ 2014

▼  december (6)
  • Kersttoespraak Paus die het Boeddhistisch Dagblad ...
  • De boeddhistische elite in Nederland is nogal bepe...
  • De BUN en de negenhonderdduizend boeddhisten
  • Rapport van de BUN-werkgroep ongeorganiseerden - E...
  • Hoe vindt men opnieuw een wiel uit? Geëngageerd bo...
  • Dhammapada en andere (boeddhistische) boeken; ove...
▼  november (5)
  • Symposium over een retraite-centrum maar wat is ee...
  • Vijf jaar geleden: toen niemand nog twijfelde aan ...
  • Laatste kans voor de BUN om eervol het conflict me...
  • Bodem onder compassie weggeslagen? Spiegel-neurone...
  • Wat biedt het boeddhisme als je hoop wilt hebben? ...
▼  oktober (4)
  • Nederlands boeddhisme en bescheidenheid, een lasti...
  • De boeddhistische journalistiek in Nederland is al...
  • Waarom heet de opleiding tot boeddhistisch geestel...
  • Met pensioen gaan als boeddhist, ook voor leraren ...
▼  september (4)
  • Het gebruik van een reïncarnatie-vrij karma-concep...
  • Recente Nederlanse boeddhistische onzin (Adharma)
  • Conflicten onder ogen durven zien, ook bij vipassa...
  • Wat vinden de boeddhologen er van? Van vipassana ...
▼  augustus (4)
  • Maak van de BUN een Federatie van Boeddhistische T...
  • Nog meer dood (gaan) voor beginners, nu bij IKON/E...
  • Een andere ervaring en de vraag: is dit mijn sangh...
  • Accent op compassie door de Dalai Lama ook voor b...
▼  juli (5)
  • Dogen, boeddhanatuur, compassie en (mijn geringe ?...
  • De 10e van de tien misvattingen over het boeddhism...
  • Angulimala moordenaar
  • Een boeddhistische verklaring over ecologie – ter ...
  • Wetenschap met boeddhisme; of zonder boeddhisme
▼  juni (6)
  • Ik ben oranje (in Teeven z'n systeem dan) Follow...
  • Een feestje voor Han de Wit; en waarom leraren Tib...
  • Ik ben oranje, merk ik (in Teeven z'n systeem dan...
  • BOS radio nu ook geheel in het lieve-mensen-model....
  • Boeddhisme en voetbal & boeddhistisch voetballen, ...
  • Evalueren van het recente bezoek van de Dalai Lam
▼  mei (7)
  • Het Boeddhistisch Dagblad bestaat nu twee jaar, de...
  • De BUN heeft weer een nieuwe voorzitter, M Ritman;...
  • Wedergeboorte en reïncarnatie: toch al lastige beg...
  • De boeddhistische leraar, noodzakelijk, maar ook t...
  • Niet naar de Dalai Lama; en niet-beantwoorde vrag...
  • Boeddhistische zending, toen en nu
  • Boeddhistische zending ook langs de Zijderoutes
▼  april (5)
  • Ook naar het 8 mei symposium over leerling en lera...
  • De Ananda Passion
  • Thuisloos leven in de bekendheid
  • Verbinden of de kunst van langs elkaar heen leven;...
  • Waarom de ongeorganiseerde boeddhist niet 'ongebon...
▼  maart ( )
  • Levensbeschouwing (boeddhisme dus ook) in nieuwe ...
  • Tweehonderd boeddhistische blogs, hoe is het mogelijk

woensdag 11 februari 2015

Zen punt Ennel zegt het boeddhisme definitief vaarwel

'Zen' is steeds al een merkwaardig kind van de boeddhistische familie geweest. Vooral omdat boeddhisme voor veel of sommige (aantallen zijn moeilijk te geven) dogma's betekent, opvattingen dus, en daar zijn ze tegen. Dat is met name het geval bij Zennies die een katholieke jeugd hebben gehad, en dat zijn de meesten.

Alleen kwamen daar bij de beoefening van Zen vaak weer andere opvattingen, en andere rituelen, voor in de plaats, of ze zich dat nu realiseerden of niet.
Dat van die opvattingen realiseren ze zich vaak niet; één voorbeeld: het celebreren van het 'niet weten ' is òòk een opvatting.
Met die rituelen is het gecompliceerder. Het is altijd zo: door de voordeur gaan de rituelen er uit, door de achterdeur komen ze weer binnen, al dan niet gewijzigd. Elke groep - en zeker een groep met een min of meer permanent karakter - heeft rituelen.

Bij Zen.Nl gaat dat er steeds nogal geforceerd aan toe. Zen.nl is een paar jaar geleden negatief in de publiciteit gekomen doordat hun CEO, Rients Ritskes, de banden met z'n Japanse leraar had doorgesneden, volgens hemzelf; of er uit gesmeten was, volgens anderen. Met name het ritueel 'overdracht door of namens een Japanse leraar' is verdwenen, en vervangen door 'overdracht door Rients Ritskes', degene die bepaalt wie een opleiding tot lokaal Zen-leraar mag volgen.

Zen.nl maakt zich ook 'schuldig' aan een speciaal ritueel: dat van het Cijferfetisjisme. Ze denken het effect van hun meditatie, en dan speciaal iets gevaarlijks als 'geluk' te kunnen meten met grote nauwkeurigheid; en - ook wantrouwen oproepend - onveranderlijk met hoge positieve resultaten.
Zie bv www.zen.nl/nl/evaluatie.php. Dat begint met: '98% van onze cursisten beveelt ons aan '; zelfs verkiezingen in het communistische Oostblok destijds haalde zulke cijfers niet.

Maar er wordt opnieuw een stap verder gegaan. In een artikel in de Volkskrant van 11 februari 2015 - gewoon gratis reclame -  hier te lezen
In dit artikel wordt ene Hans Wanningen geciteerd, met als functies 'filosoof, zen-leraar en zen-publicist '. Hij stelt dat het nieuwe zen (volgens mij hoeft dit in de geest van dit artikel 'zen' niet meer met een hoofdletter geschreven te worden) 'geen oosterse ver-van-mijn-bed-show meer '.
Wat een ouwerwetse uitdrukking, te spreken over een 'ver-van-mijn-bed-show'.

Het gaat verder: 'Bij een succesvolle zenschool zoals zen.nl is het Japanse gedachtengoed goeddeels van esoterische en cryptische elementen gestript. In zijn eigen meditatietrainingen aan deHogeschool Arnhem/Nijmegen gaat Wanningen nog verder: hij ontdoet het vergaand van de Japanse elementen en verbindt het met inzichten uit de moderne gelukswetenschap'

Ah, 'GELUK'. Nu komen we bij het unique selling point van zen.nl, in hun eigen opvattingen althans.
Ik stel daar tegenover: geluk is op zich niets waard, het is zeker niet iets waarnaar gestreefd moet worden. En boeddhistisch is het al helemaal niet. Het boeddhisme kenmerkt het menselijk bestaan (en dat van dieren trouwens ook) door de begrippen dukkha, anicca en anatta.
Ik citeer uit het Wikipedia-artikel   hierover.
'1.Alle geconditioneerde dingen zijn anicca (Pali): impermanent, inconstant, veranderlijk van aard.
2.Alle geconditioneerde dingen zijn daarom ook dukkha: pijnlijk, brengers van ongemak en oncomfortabel. Dukkha verwijst ook naar de inherente stress die veranderlijke dingen beleven.
3.Omdat ze inconstant en veranderlijk zijn en ongemak brengen, is het niet passend om ze als iemands bezit of als 'zelf' te beschouwen. Ze zijn anatta: niet-zelf of zonder zelf, zonder eigenaar, bezitter.
'

Misschien wordt dit ook wel bedoeld met 'esoterisch en cryptisch'?
Zen.nl en ook Wanningen hebben deze drieslag vervangen door: succes, groei en geluk. Bah.
Wat dat betreft hecht ik meer waarde aan de 'Voetnoot' in dezelfde Volkskrant van Arnon Grunberg: 'Alles wat echt is, blijft verborgen '

Het zal de lezer duidelijk zijn: ik neem zen.nl cum suis niet zo serieus.
Maar ik wil nog wel een serieuze opmerkingen maken bij een citaat (van Wanningen) dat als tussenkop een nogal prominente plaats in het artikel inneemt:
                                    ' Het zien dat gedachten afdwalen, dàt is de kern '

Voor mij is dat helemaal niet de kern (van het leven, van de meditatie). De kern is dat het niet erg is dat gedachten afdwalen, want in dit citaat zit de opvatting (van veel meditatieleraren) verstopt dat gedachten niet zouden moeten afdwalen in de meditatie.
Ik zet daar de opvatting van Jason Siff tegenover dat het heel goed is gedachtenstromen tijdens het meditatieproces te volgen, zo dat men zich die ook achteraf herinnert, want dat is het meest leerzaam.
Dat is dan ook de titel van zijn meest recente boek: 'Thoughts are not the enemy ' Zie het tweede besproken boek in m'n blog van begin december 2014


PS 1:
Een artikel van Hans Wanningen in het laatste nummer van BoeddhaMagazine, met als titel 'Geluk is maakbaar (gedeeltelijk dan) ', bevat ook weer de schijnexactheid van: 'geluk wordt voor 40% bepaald door je eigen attitude' etc. Van hem wordt hier ook vermeld dat hij momenteel een boek schrijft over zenmeditatie en geluk en dat dat zomer 2015 bij Asoka verschijnt.
Ik denk dat dat niet gaat gebeuren.

PS 2:
Zen.nl is net zo als Soka Gakkai  een van de nieuwe BUN-leden. Van je vrienden moet je het maar hebben.

maandag 2 februari 2015

Soka Gakkai (nu BUN-lid) de complexe waarheid bij een simpele chantende discutabele vereringsreligie - Wie is de Boeddha van dit 'boeddhisme'?


De ledenvergadering van de BUN van november 2014 heeft Soka Gakkai International Nederland (SGIN), als nieuw lid geaccepteerd. "De leden van SGI-NL beoefenen de leer van Nichiren Daishonin, een priester die in 1222 in Japan werd geboren. Hij onderwees dat het reciteren van Nam-myoho-renge-kyo, de titel en essentie van de Lotus Soetra, de beoefening is die mensen in staat stelt verlichting te bereiken. Een van de grote doelen van het boeddhisme is dat alle levende wezens gelukkig worden en dat de mens zich bewust wordt van de onschendbaarheid en respectwaardigheid van het leven zelf." (BD 22-11-2014)

Voor mij is dit een nieuw dieptepunt in de toch al omstreden BUN.
Op de volgende diepgaande wijze heeft de BUN 'onderzocht' of de SGI wel deugt:
"SGI komt oorspronkelijk uit Japan, maar is ook in het Westen heel groot. Paula [de Wijs] en Michael [Ritman] hebben het centrum in Amsterdam bezocht en zijn daar bijzonder vriendelijk ontvangen door de voorzitter, Dhr. Hideki Iwami, en de contactpersoon, Johan van der Kreij. In Japan zou SGI ook een politieke organisatie zijn, maar dit is in Europa niet aan de orde. Ze willen graag meer naar buiten treden als sangha.
19 stemmen voor> aanvraag goedgekeurd.
" (Concept Notulen ALV 22 november 2014
Opvallend is dat m.u.v. de voorzitter van de werkgroep ongeorganiseerde boeddhisten géén van de Theravada/vipassana-leden van de BUN op deze vergadering aanwezig was.)

Geen internationaal onderzoek door het BUN-bestuur, geen enkele kritische vraag door een BUN-lid: doe maar, weer een lid er bij, hun contributie kunnen we goed gebruiken. Voldoen ze niet aan wat we op onze eigen website (boeddhisme.nl/boeddhisme.html) onder 'Boeddhisme' verstaan? Geen probleem!

========================================================================

Wat is Soka Gakkai (Nederland) voor een organisatie ?

Soka Gakkai is de meest bekende vorm van Nichiren-boeddhisme, was daar oorspronkelijk alleen de lekenorganisatie van. Een uitgebreid Engelstalig artikel van Wikipedia  'Soka Gakkai '
Er is ook nog een andere Nichiren-groep: 'Nichiren Shoshu '. De twee bestreden elkaar al sinds WO II in grote hevigheid; ook in Nederland, zie de site 'De SGI Verlaten '. Het geschil schijnt te gaan over de rol van priesters in Nichiren.
Wat dat betreft hebben het (door Gelugpa's gedomineerde BUN-bestuur) en Soka Gakkai een punt van overeenstemming: de SGI heeft haar eigen Dorje Shugden ! (Of andersom natuurlijk)

Het heeft allang geen zin meer om iets te zeggen als: Nichiren (hier bedoeld als de stroming, niet de persoon Nichiren Daishonin) is geen boeddhisme. Want wat is wel boeddhisme?
Om deze reden is het beter, opnieuw te benadrukken dat er vele boeddhismen zijn die soms veel, soms wel wat en soms niets met elkaar te maken hebben.

Voor mij geldt: het boeddhisme zoals ik dat (uiteraard subjectief) als de waarheid zie en wens te beoefenen en Nichiren hebben niets met elkaar te maken, ik heb er geen enkele affiniteit mee.
Voor mij - en in Engelstalige literatuur wordt er door velen zo over gedacht, in de Japanse kennelijk ook - lijkt de SGI toch wel erg veel op een sektarische beweging.
Zie voor deze term 'sekte'  dit  Wikipedia-artikel dat zo begint: "Een sekte is een geloofsgemeenschap met opvattingen en gebruiken die zich onderscheiden van overige geloofsgemeenschappen die behoren tot dezelfde stroming als de sekte. Sekten zijn vaak gesticht door een charismatische leider met een nieuwe leer of openbaring."   Ik zie wel een aantal overeenkomsten met de SGI.

Zelf beschrijven ze zich aldus:
" De oorsprong van het boeddhisme
... De Lotus Soetra staat hoog aangeschreven in de Mahayana-traditie die Oost-Azië bereikte. Hierin ligt nadruk op het bodhisattva-ideaal (het streven naar verlichting van zichzelf en anderen), en wordt uitgelegd dat alle mensen de levensstaat van boeddhaschap bezitten. Nichiren Daishonin, een Japanse priester in de 13e eeuw, besefte dat Shakyamuni's intentie en mededogen het volledigst tot uitdrukking komen in de Lotus Soetra.

Het boeddhisme van Nichiren Daishonin
Wij, leden van SGI-NL, beoefenen de leer van Nichiren Daishonin, een priester die in 1222 in Japan werd geboren. Hij onderwees dat het reciteren van Nam-myoho-renge-kyo, de titel en essentie van de Lotus Soetra, de beoefening is die mensen in staat stelt verlichting te bereiken. Een van de grote doelen van het boeddhisme is dat alle levende wezens gelukkig worden en dat de mens zich bewust wordt van de onschendbaarheid en respectwaardigheid van het leven zelf.
In de boeddhistische leer staat de wet van oorzaak en gevolg centraal. Deze wet stelt dat iedere oorzaak die wij leggen (in gedachte, woord of daad) een effect creëert in ons eigen leven en dat van onze omgeving. Door ons geloof en onze beoefening kunnen wij ons innerlijk veranderen. We ontwikkelen de kwaliteiten die nodig zijn voor persoonlijke ontplooiing en willen daarmee bijdragen aan de positieve ontwikkeling van de samenleving.
"
Bron: SGI Nederland - Oorsprong

========================================================================

De Lotus Sutra is een dwaze sutra

Dat vind ik. Nadat ik de hele sutra een aantal maal heb gelezen (En wie zegt mij dat na?)
De Lotus Sutra gaat namelijk nergens over. Want de tekst ervan verwijst voortdurend naar zichzelf, naar de Lotus Sutra. Kortom: de Lotus Sutra gaat over de Lotus Sutra, en dat is dwaas.

Af en toe is er wel een zin die ergens over gaat, bijvoorbeeld het afzeiken van het zogeheten hinayana (het 'minderwaardige voertuig'), een scheldwoord voor wat nu Theravada genoemd wordt. Dat is weer op een andere manier dwaas; èn vijandig.

Ook de boeddholoog Alan Cole vindt dat; hij heeft er een boeiend boek over geschreven: ‘Text as Father: Paternal Seductions in Early Mahayana Buddhist Literature‘; Cal. Univ Press, 2005
De boodschap van de Sutra aan haar lezers is eigenlijk, zegt Cole: beschouw deze sutra als de autoriteit, en niet de leraren uit de monastieke traditie. Daarbij wordt sterk met de vader-zoon verhouding gewerkt.
Een uitgebreid citaat uit de hoofdstukken over de Lotus (het boek gaat ook over de Diamant-, de Tathagatagarbha- en de Vimalakirti-Sutra) is opgenomen in BIJLAGE 1.

Een blogtekst van Edel Maex, die deze sutra wel weet te waarderen: Shariputra danste . Zie ook commentaar daarop

Hier twee Engelse vertalingen: nichiren.info/buddhism/lotussutra/ en www.bdk.or.jp/pdf/bdk/digitaldl/dBET_T0262_LotusSutra_2007.pdf
De tweede is betrouwbaarder, vermoed ik.
In het Nederlands is er het boek 'De Drievoudige Lotus Soetra',  Servire, Utrecht, 1996,
met daarin 'De Soetra van de Lotusbloem der Wonderbaarlijke Leer '.

Als BIJLAGE 2 neem ik de tekst op uit de Lotus Sutra die een aanhanger van de SGI iedere dag (in het oud-Chinees/Japans, dus onbegrijpelijk) hoort te chanten. Delen ervan dan; daarnaast chanten ze ook de frase ' Nam-myohorenge-kyo '  (‘Eer aan de Lotus Sutra van de Mystieke Wet').
Wie het wil horen: hier  en  hier . Dit is de hele beoefening van hun 'boeddhisme'.

========================================================================

En dit is nog maar het onschuldige deel van Nichiren, de vermeende inhoud

Veel erger is de vorm: een autoritair geleide godsdienst, met een voorzitter - een Japanner zoals zijn voorganger en diens voorganger - die samen met Nichiren als een god verheerlijkt wordt door de volgelingen.
Eigenlijk is het doel van Soka Gakkai, voorzitter Ikeda te eren:
"DAISAKU IKEDA is de voorzitter van de Soka Gakkai Internationaal (SGI), een boeddhistisch lekengenootschap van meer dan 12 miljoen leden in 192 landen en gebieden, en oprichter van verschillende onderwijskundige, culturele en onderzoeksinstellingen. Hij is schrijver, dichter en vredesactivist. Wereldwijd wordt hij gezien als een van de belangrijkste personen die de tijdloze wijsheid van het boeddhisme weet toe te passen op de uitdagingen waarvoor de mensheid zich momenteel geplaatst ziet. " Bron: SGI - Ikeda .
Daar kan voorzitter Blatter van de FIFA (de voetbalfederatie) nog een puntje aan zuigen.
In BIJLAGE 3 een diepteanalyse van de relatie tussen Ikeda en zijn voorganger en mentor Toda.
Zijn onderdanige discipline t.o.v. Toda staat model voor de relaties die van volgelingen worden verwacht.

========================================================================

Een aantal Engelse kritische teksten over Soka Gakkai

Hierboven heb ik een paar bronnen genoemd waar de BUN uit had kunnen putten als ze er achter hadden willen komen wat de Soka Gakkai is.
Er zijn er veel meer, vooral uit Engeland, waar men al langer met deze cult te maken heeft.

' Many Bodies, One Mind: Movements In British Buddhism '   door  Ken Jones
Jones begint meteen mooi: " SGI-UK is een afwijkende Japanse boeddhistische traditie die voor vele mainstream boeddhisten net zoveel gemeen heeft met hun religie als, laten we zeggen, het mormoonse geloof met het christendom. "
Hij constateert verder: "Voor Soka Gakkai kan het 'Boeddhaschap alleen en uitsluitend worden bereikt door het zingen van de Nam-myoho-renge-kyo'. Dit alles staat in contrast met de oecumenische boeddhistische traditie van 'vele wegen, één doel', gevonden in de meeste boeddhistische organisaties buiten deze beweging. Dit ultieme gevoel van superioriteit stelt onvermijdelijk grenzen aan het waarde van de dialoog tussen de beweging en meer 'open' boeddhisten. "

Een andere (Amerikaanse) bron van een boeddhist die lang bij de SGI actief is geweest, staat in een blog met de titel 'The EndlessFurther '. Zie The Fighting Forces of the Lotus .
In BIJLAGE 4 neem ik deze getuigenis over. Een helder, scherp, maar niet rancuneus stuk.

Nog scherper is  Sokagakkailies  'The Dark Sides and Hidden Perils of Soka Gakkai Cult'
Eén ervan stelt - met een groot aantal argumenten - dat de SGI een destructieve sekte is.
In BIJLAGE 5 neem ik een andere tekst van deze site over.


'British Buddhism - Teachings, practice and development '
door Robert Bluck Routledge, 2006.
Hoofdstuk 6 (twintig pagina's) gaat over SOKA GAKKAI INTERNATIONAL UK
Hieruit een collage van vertaalde (soms licht geparafraseerde) citaten:

'Nam-myoho-renge-kyo' kan in een bredere boeddhistische context gezien worden als 'een tantrische transformerende mantra', met de nadruk op het heilige geluid in plaats van intellectuele betekenis. Echter, SGI-NL leden gaven er de voorkeur aan, de inzet van het chanten te benadrukken: ze waren ongemakkelijk met het concept van een 'magische' mantra, maar leken onduidelijk te zijn over de vraag of de kracht van het zingen zich 'in de mantra zelf of in de leven van het individu bevindt'.

Nieuwe leden moesten oorspronkelijk bij hun gojukai ... beloven om 'goed te beoefenen en geen enkele andere religie te volgen.
[Deze sektarische eis is mogelijk niet meer in gebruik; echter:]   Deelnemers mogen lezen wat ze willen, maar de leiders zullen hen er steeds aan te herinneren dat alle andere leringen dan die van Nichiren leringen van 'voorlopige aard' (provisional) zijn.

Er is een ongebruikelijke nadruk op bewijs: 'bewijsstukken' of 'het schriftelijk bewijs dat alle boeddhistische leer leiden tot de Lotus Soetra' wordt gezegd om te laten zien dat Nichiren Boeddhisme is zowel orthodox als geschikt voor allen. 'Theoretisch bewijs' wordt gezegd om te laten zien dat 'Nam-myoho-renge-kyo perfect de mysteries van leven en dood' belicht; en 'daadwerkelijk bewijs' laat zien hoe chanting het leven van mensen verbetert. Causton beschreef dit 'werkelijke bewijs' als een nieuwe leer van Nichiren, in plaats van deze te verbinden met de empirische benadering aanbevolen door de Boeddha.

De 'Eeuwigheid van het Leven'-doctrine leert dat levende dingen niet gecreëerd of vernietigd worden; ze zijn als leven en dood slechts 'wisselende aspecten waarin ons werkelijke zelf zich manifesteert'. Nichiren leert dat de traditionele vijf skandha's - hoewel wordt gezegd dat ze niet 'een ziel' zijn - 'gedurende het hele leven van het individu ongewijzigd blijven bestaan', tegelijk verdwijnen èn ongewijzigd blijven bij overlijden. Elke wedergeboorte van dit constante 'ware zelf' is slechts een verandering van identiteit, met de dood als onderdeel van 'het eeuwige proces waarin een individuee levens-entiteit voortdurend ververst en vernieuwt zodat het weer kan terugkomen in een andere gedaante'. Dit is dan wel niet de ziel-theorie zoals die door de traditionele anatta-leer wordt verworpen; maar het ondermijnt wel de klassieke Boeddhistische verwerping van het eternalisme, speciaal dat van een eeuwig 'zelf'.

De Lotus Soetra heeft een unieke status binnen SGI, als gevolg van de claim van Nichirens dat het de ultieme boeddhistische leer binnen haar titel bevat, zodat iedereen die Nam-myoho-renge-kyo reciteert, 'zelfs zonder inzicht in de betekenis ervan, niet alleen het hart van de Lotus Soetra, maar ook de essentie van de hele leer van de Boeddha verwerkelijkt.
Geïnterviewden bevestigden deze cruciale interpretatie van de soetra en de titel. Zowel Nichiren als de SGI betogen dat de Lotus Soetra zelf niet hoeft te worden bestudeerd, omdat alleen het reciteren van Nam-myoho-renge-kyo kan leiden tot verlichting. En de nadruk op bijeenkomsten wordt vaak gelegd op de interpretaties door Nichirens interpretatie of lezingen van voorzitter president Ikeda in plaats van op de tekst zelf.
Er wordt stellig verklaard dat de Boeddha zelf de Lotus Sotra uitsprak tegen het einde van zijn leven; en de geïnterviewden waren vaak niet bekend met de breed gedeelde wetenschappelijke opvatting dat de sutra pas enkele eeuwen later werd samengesteld.

Nichiren overschaduwt duidelijk de historische Boeddha in de SGI. Hij is is 'de Boeddha voor onze huidige tijd', voor wie de historische Boeddha 'de weg voorbereidde'. Terwijl andere Mahayana tradities de historische Boeddha in de context van verschillende mythische Boeddha's bekijken, of grote leraren soms worden gevisualiseerd als boeddha's tijdens tantrische praktijk, is het ongebruikelijk om Shakyamuni te presenteren als voorloper; in het bijzonder in een leerstellige in plaats van een devotionele context.

Nieuwkomers in SGI-UK worden 'aangemoedigd om te zingen voor wat ze willen', in de erkenning van het verlangen als een krachtige motivatie in ons leven '. [Er zijn] vele persoonlijke getuigenissen van de beoefenaars die boosheid, ziekte, alcoholisme, een laag zelfbeeld en andere problemen hebben overwonnen door aanhoudende beoefeniong van chanten. Nichiren Boeddhisme wordt gezien als de enige religie die problemen van de mensheid kan overwinnen . Deze zijn stevige claims, ze worden herhaaldelijk in SGI-UK literatuur gedaan.

Nieuwkomers in SGI-UK werden aangetrokken door een aantal factoren, zoals vriendelijke en oprechte leden, waargenomen veranderingen bij familieleden of vrienden die waren begonnen met de beoefening, of de praktische voordelen verwacht van chanting. Anderen werden aangetrokken door SGI-UK's eenvoudige ritueel, de nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, aanspreekbare leiders of de afwezigheid van morele regels.

De SGI-UK wordt beschreven als 'een zeer gestructureerde hiërarchische organisatie met diverse bestuurlijke lagen', waar het hogere personeel in Groot-Brittannië nog steeds 'verantwoording verschuldigd is aan de centrale administratie in Japan'.
Als onderdeel van SGI, heeft SGI-UK aanzienlijke financiële steun ontvangen van Japan, met inbegrip van £ 2.600.000 om Taplow Court te kopen, nog eens £ 2.000.000 voor de restauratie en verdere financiering voor bijna alle lopende kosten.
Ook voor de SGIN interessante informatie

De vroege betrokkenheid van Soka Gakkai in Japan van het 'krachtige bekeren' is gewijzigd in de afgelopen decennia. Wel wordt en SGI-UK leden duidelijk te erkennen dat een dergelijke benadering ongepast in Groot-Brittannië zou zijn. Nu wordt de werkwijze van de SGI-UK beschreven als "ijverig evangelisatie', in plaats van de eerdere en krachtiger methoden in Japan. Echter, terwijl sommigen het bekeren zien als een barmhartige daad jegens degenen die lijden, zien anderen het nog steeds als een eis van het lidmaatschap.


========================================================================

CONCLUSIE

Of Soka Gakkai International Nederland volgens godsdienstwetenschappelijke definities een 'sekte' genoemd moet worden, is moeilijk uit te maken; de Japanse moederorganisatie was dat (destijds) wel. Een sektarische beweging kan het wel genoemd worden.
Storend - maar dat is persoonlijk en dus niet doorslaggevend - is de beperkte beoefening door middel van het chanten van 'Myo ho renge kyo' en niets anders; ook de cultus om voorzitter Ikeda staat me niet aan.
Ernstiger is de opvatting van de volgelingen dat alleen hun Nichiren de enig juiste godsdienst en de enig juiste boeddhisme is; waarbij alle andere tradities als expliciet inferieur gezien worden. De (vroegere?) bekeringsijver is daar een logisch gevolg van.
Ook bedenkelijk is dat internationaal gezien Soka Gakkai big business is; en hun bemoeienis met de (Japanse) politiek.
Wat niet op een sekte lijkt is dat de deelname voor de beoefenaren goedkoop lijkt te zijn: de bijeenkomsten zijn bij de mensen thuis en ik lees nergens iets over betalen van contributie of dana. Tenminste: er staat niets over geldzaken op de verder zeer uitgebreide website www.sginl.org  maar dat zegt natuurlijk niet alles. Onduidelijk is bv van wie z'n geld de culturele centra in Zeist en Amsterdam zijn betaald.

Het antwoord op de vraag uit de titel, 'Wie is de Boeddha van dit boeddhisme? ', van SGI dus, is volgens mij: niet de 2500 jaar geleden levende Gotama aka Shakyamuni, niet de Japanse priester Nichiren uit de 13e eeuw maar de nu 87-jarige Ikeda.

Mijn conclusie is:
- Tegen de individuele beoefenaar wil ik zeggen: ik zou maar verre van deze club blijven.
  Wil je echt aangesloten zijn bij een groep zoals deze als je ook gewoon je eigen
  beoefening kan doen?
- Tegen degene die de interreligieuze dialoog en dus ook de dialoog tussen boeddhistische
  tradities van belang vinden, (de BUN bv) moet ik zeggen: vergeet dat maar met de SGIN,
  ze achten zichzelf superieur.

=========================================================================

[Vanwege de lengte van dit artikel zijn de BIJLAGEN opgenomen in een afzonderlijke blogtekst.]


zaterdag 17 januari 2015

Het uitkomen van BoeddhaMagazine nummer 79 Tijdschrift met een onzekere (of geen) toekomst; misschien in elektronische vorm?

Deze week verscheen het nieuwe nummer van het tijdschrift 'BoeddhaMagazine.
Nummer 79 in een telling waarin de voorgangers 'Kwartaalblad Boeddhisme' en
'Vorm en Leegte' meegeteld zijn.

Datum van verschijnen zou volgens de page 'BM adverteren' 5 december 2014 hebben moeten zijn. Volgens deze oorspronkelijke aankondiging zou het thema 'Natuur en milieu' zijn. Het is uiteindelijk 'Idealisme' geworden. De reden van de vertraagde verschijning van dit nummer wordt niet expliciet vermeld, het is duidelijk dat dit te maken heeft met de moeilijke financiële situatie, waarin Asoka (Milinda) verkeert, en BoeddhaMagazine in het bijzonder.


Het oudste nummer - # 28 uit zomer 2002 - dat ik heb, kende nog de Stichting Vrienden van het Boeddhisme (SVB, nu VvB) als uitgeefster, sinds 1995. Kort daarna werd Asoka de uitgever. Dit nummer heeft op de voorkant een foto van Bernie Glassman, met z'n bekende rode baret, hopelijk is die sindsdien een keer in de was geweest; en z'n verhaal over de Zen Peacemaker Orde. Verder een artikel - helaas nog steeds actueel - over de pijaflegging van monnik Dhammawiranatha door Paul Boersma.

Ik wil een recensie over # 79 schrijven alsof het de eerste keer dat ik dit tijdschrift lees; tenslotte zijn alle verschijnselen uniek: ze komen op en verdwijnen weer.
Maar voor mij is een recensie ook een uiting van verbazing. Als variant op de filosofische vraag 'waarom is er iets en niet veeleer niets' (Leibniz) vraag ik me af:
waarom is er zoiets als een papieren Nederlandstalig tijdschrift over het boeddhisme?

Hoewel 'Nederlandstalig'? Er zijn in de loop der jaren steeds meer illustraties en foto's in gekomen, sommige paginagroot. Hoeveel tekst had hier niet kunnen staan, denk ik dan; maar goed , ik ben ouderwets en nooit zo visueel ingesteld.

M'n recensie dan. De buitenkant is vrolijk met een vredesduif en is stevig en tegelijk aaibaar; glossy heet dat, geloof ik.
Eén van de artikelen gaat over de recent verschenen vertaling door Paul Boersma van de 'Dhammapada'. Daar heb ik  recent  al over geschreven. In plaats van de hier weergegeven verzen citeer ik hier het eerste vers van deze vertaling:
  De geest gaat alle dingen voor,
  Ze zijn door hem beheerst, gemaakt.
  Als met verdorven geest men spreekt,
  Als met verdorven geest men doet,
  Dan komt hem lijden achterna,
  Zoals het wiel de ossenhoef.

Ik citeer dit vers omdat het beschouwd wordt als positioneren van de Dhamma als idealisme.

Het thema van dit nummer is zoals gezegd 'idealisme', maar wat dat is, wordt niet omschreven. Het is niet het filosofische idealisme van de Dhammapada maar iets als: 'zichzelf wegcijferend strevend naar een betere wereld'. Hoewel ... in haar 'hoofdredactioneel ' zegt Marjolein Niestadt:
" 'Ik ben geen idealist', zegt boeddhistisch geestelijk verzorger Meindert van den Heuvel verderop in dit blad... Brigitte van Baren, die spiritualiteit in het bedrijfsleven brengt, benadrukt dat ze geen wereldverbeteraar is. En eco-ontwikkelingswerker Maarten Olthof maakte bij zijn interview bezwaar tegen de kop 'De idealenman'. "
Daarmee zijn gelijk al drie van de artikelen genoemd. Ik kan me de bezwaren van deze drie wel voorstellen: het is mooi werk wat ze doen maar het is wel werk, inkomen genererend, dus niet helemaal 'zichzelf wegcijferend'.

Ik ga niet alle artikelen noemen, laat staan bespreken. Wel het trio genaamd 'De Bron': 'BoeddhaBasics', 'de (Hart)Soetra uitgelegd' en 'de historische Boeddha': deze passen in een bewaarnummer. Ook de serie 'Vragen uit de dagelijkse meditatiepraktijk', dit keer over geleide meditaties, is steeds weer waardevol.
Artikelen van of over Tibetaans boeddhisten en Zen-boeddhisten noem ik wat minder maar spreken een ander weer aan: het is een blad van 'elck wat wils'. Een aantal van deze artikelen staan, met als datum '8 januari', op de website  boeddhamagazine.nl/ .

Van het themagedeelte waardeer ik het meeste het openingsartikel '8 lessen voor idealisten' door Annemarie Opmeer, die ik ken van de vrolijke serie 'de faalboeddhist' op de site van  Bodhitv. Ik noem de acht lessen: (1) woede werkt alleen met mededogen; (2) wees eerlijk tegen jezelf; (3) klamp niet vast aan identiteit; (4) geef de hoop op; (5) je vijanden zijn je vrienden; (6) rouw!; (7) opbranden kan ook als boeddhist; en (8) karma maakt je activist.

Terug naar het 'hoofdredactioneel' van Marjolein Niestadt. Zij sluit het als volgt af:
"En dan is er nog ons eigen bescheiden ideaal: een groter publiek laten kennismaken met het boeddhisme als inspiratiebron. Jammer genoeg draait BoeddhaMagazine al enige tijd verlies en is de toekomst uiterst onzeker.
Ook wij moeten ons ideaal kritisch onder de loep nemen. Is er nog wel een markt voor een breed toegankelijk boeddhistisch blad? Of bouwen we tegen beter weten in aan een luchtkasteel? Op dit moment weet ik het antwoord niet. Ik kan alleen zeggen dat ook wij gedreven worden door enthousiasme. Hopelijk is het genoeg om het blad te redden.

Ik hoop jullie snel weer te zien. "

Niet vrolijk, wel eerlijk, geen mooi weer spelen terwijl de schulden oplopen.
Wat betreft dat 'luchtkasteel' zou ik zeggen: nee, dat niet, Marjolein, maar we moeten ons realiseren dat er niet zoveel Nederlandse boeddhisten zijn, veel minder dan ze ons wijs hebben proberen te maken. Maar een procent of tien van de paar (twee?, vijf?) duizend lezende boeddhisten bereiken is toch ook heel mooi?

=====================================================================

Ook na het lezen van dit nummer meen ik dat een papieren tijdschrift voor de wat minder vluchtige mens - en dat is een boeddhist toch? - meerwaarde heeft boven alleen maar elektronische informatie zoals websites, tweets, blogs en 'journalistieke webmagazines'.
Er zijn gelukkig nog steeds mensen die een tekst van meer dan 5000 woorden aankunnen; 'longreads' heet dat tegenwoordig.
Maar het verschil is kleiner geworden; het lezen van papieren boeken vermindert ten koste van het lezen van ebooks. En er zijn al heel wat Engelstalige elektronische boeddhistische tijdschriften zoals het 'Journal of Buddhist Ethics ' en het 'Journal of Global Buddhism '; 'Lion's Roar ' is het elektronische samengaan van 'Shambhala Sun ' en 'Buddhadharma '. 'Tricycle ' heeft een digitale en een print versie. 'Inquiring Mind ' daarentegen gaat er komend voorjaar definitief mee stoppen: we (BoeddhaMagazine) zijn niet alleen.

Haalt tijdschrift 'BoeddhaMagazine' nummer honderd? Of eerst nummer tachtig? In papieren of in elektronische vorm? Ik zou het niet weten, heb er eerlijk gezegd een hard hoofd in, zeker in een papieren versie. Veel meer abonnee's werven lukt kennelijk niet. Ook het samenwerken met of overnemen door relatief rijke sangha's of BUN/BOS zou heilloos zijn.

Omzetten in een elektronische versie is nog het enige dat misschien haalbaar is; dat kan echter niet één op één met dezelfde redactieformule en dezelfde abonnees, en kan beter met een stichting in plaats van een BV als uitgever. En zwart-wit in plaats van kleurenplaten. Het enig denkbare alternatief van gewoon helemaal stoppen.

Wellicht kan genoemde website uitgebouwd worden, maar dan met enthousiaste vrijwilliger en met een mij onduidelijk of niet-bestaand verdienmodel (= quitte speel model).
Ik wil daar best met de redactie over meedenken. Een paar gedachten:
Om de twee maanden verschijnend. Dus geen 'blog' waarin onregelmatig als de auteur/eigenaar de geest heeft, iets verschijnt. Maar ook geen 'dagblad'; dus geen (quasi)nieuws en geen sentimentaliteiten. De lat moet eerder hoger gelegd worden ten opzichte van de huidige papieren BoeddhaMagazine dan lager. Wel minder rubrieken en minder artikelen dan de twintig die er nu in # 79 staan. Vertaalde en originele Nederlandse artikelen, maar ook onderzoeksjournalistiek werk.

Als de inhoud: de Dhamma/Dharma en informatie over wat er gebeurt in boeddhistisch Nederland en daarbuiten, maar verspreid blijft worden. Wellicht niet in een tijdloze vorm maar na een paar jaar nog steeds het nalezen waard.

Het is zeer gewenst dat de uitgever snel een beslissing neemt over het al dan niet voortbestaan dit jaar. (Update: hier heb ik een zin geschrapt die beschuldigend gelezen kon worden)
Ook is het zeer gewenst dat de redactie de discussie over de toekomst open maakt via het door mij geciteerde laatste deel van het 'hoofdredactioneel' op hun website te plaatsen en de lezers nadrukkelijk uit te nodigen tot reactie er op, ook via hun facebook- en twitter-account.




         Aankondiging in               →

http://boeddhamagazine.nl/    →
  van begin januari 2015

Het werd de 16e januari



Eindconclusie: kopen dus

  Wellicht wordt het een
   'collectors item'

zondag 14 december 2014

De BUN en de negenhonderdduizend boeddhisten

Een aanvulling op mijn blog van 11 december . Daarin geef ik (onder andere) weer, aan voorzitter Michael Ritman van de BUN het volgende advies te hebben gegeven:

*  Ik adviseer het BUN-bestuur om alsnog excuses aan te bieden aan het CvdM
   (Commissariaat voor de Media) voor het feit dat de BUN in 2009 mee is gegaan
   met de claim van de BOS als zouden er 900.000 boeddhisten in Nederland zijn.
   En eerst te onderkennen dat de BUN daar destijds en bij het bezwaarschrift
   in 2010 echt in mee is gegaan.
   Dit los van de huidige rechtszaak, maar als morele zaak.

Goede aanleiding voor me, het bezwaarschrift uit 2010 nog eens in de schijnwerper te zetten.
Deze brief van (de advocaat van) de BUN van 9 februari 2010 is door het Commissariaat voor de Media openbaar gemaakt. Ik heb het destijds van hun website gedownload maar kan het er nu niet meer vinden.
Omdat het ook nu nog van betekenis is, geef ik het hieronder, zonder bijlagen, weer.

Het was destijds duidelijk dat het de BOS (in de persoon van directeur Gertjan Mulder) was die verantwoordelijk was voor de claim van 900.000 boeddhisten. Het bestuur van de BUN heeft de concessieaanvraag van 29 september 2009 aan het CvdM, waarin deze claim stond, eenvoudig en zonder veel reflectie overgenomen (d.w.z. voor haar verantwoordelijkheid genomen). Ik denk dat ze het wel mooi vonden: het zou verdubbeling van de zendtijd van de BOS betekenen. En ze zagen er geen kwaad in.

Hoe intensief de BUN-bestuursleden zomer 2009 bij de aanvraag betrokken waren, is mij niet duidelijk. Ik moet uitgaan van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid; zeker in morele, dat is intentionele zin. Uit het verslag van de (openbare) 'Hoorzitting' bij het CvdM d.d 20 oktober 2009 over de aanvraag: "De heer Ten Kate [destijds BOS-voorzitter] : ... De besturen van BUN en BOS hebben een serieus onderzoek uitgevoerd naar het Boeddhisme in Nederland. Daarmee werd in maart gestart. De resultaten daarvan werden in de zomer verwerkt. Parallel aan dat onderzoek werd de zendtijdaanvraag voorbereid."

Officieel heeft de BUN zich nooit van het cijfer van 900.000 gedistantieerd. Wel werd halfslachtig gezegd: het ging om boeddhisten of mensen met affiniteit tot het boeddhisme in de definitie van Commissariaat, daar konden wij ook niets aan doen, zelf gebruiken we lagere cijfers.

Tot een maand geleden; toen zette het bestuur een 'Inventarisatie' op hun website. Met in feite een eerste duidelijk aantal sinds de concessieaanvraag van 2009. Een beleidsdaad van het nieuwe bestuur, waarmee de discussie hoeveel (ongeorganiseerde) boeddhisten er zijn, overigens niet definitief beslist is.
Korte samenvatting: het getal van 900.000 is gecorrigeerd; tot 57.500 (dat kan je wel een correctie noemen), maar dat getal wordt in de 'inventarisatie' wat verdekt genoemd ("352.000 Nederlanders in de eerste plaats inspiratie en richting aan het boeddhisme. Bovendien ontlenen nog eens 495.000 mensen, naast hun eerste keuze, op de tweede plaats inspiratie en richting aan het boeddhisme.", dat is samen 847.000 mensen, waarbij in de aanvraag nog eens ruim 50.000 allochtonen zijn opgeteld, zelf ook weer een zeer twijfelachtig getal en twijfelachtige handeling dit er bij op te tellen.)

Uiteraard (ik zat er destijds met m'n neus bovenop) komt in dit 'bezwaarschrift' ook het NPO-onderzoek aan de orde, ik citeerde hierboven al dhr. ten Kate.
Nog eens voor de duidelijkheid: het gaat me er hier niet om welk deel van het NPO-onderzoek gebruikt is om tot de 900.000 boeddhisten te komen, en of de BOS dit had mogen declareren, het gaat me er hier om dat de BUN achter dit getal is gaan staan.
Natuurlijk is het de BOS geweest die destijds het NPO-onderzoek heeft geëntameerd en is het Gertjan Mulder geweest die, toen hij de concesieaanvraag schreef, de resultaten ervan gekoppeld aan z'n (vooraf geformuleerde) wens boven de 500.000 boeddhisten te komen, dit onderzoek heeft gebruikt.
Het gaat me er om dat de BUN-bestuursleden, als ze hadden nagedacht, hadden kunnen weten dat dit getal niet kón kloppen, (toch) met deze claim zijn meegegaan. Van zomer 2009 tot voorjaar 2010, inclusief de hoorzitting over dit bezwaarschrift vier keer tegenover het CvdM.
Ik ben geen jurist of boekhouder, eerder moralist, ik beschouw dit als moreel onjuist.
Daarom alsnog excuses. Want in feite was het bewust bezijden de waarheid (heb ik dat niet aardig gezegd?)

Het is vervelend dat Michael Ritman en zijn BUN-bestuur hier nu mee worden geconfronteerd, want hoewel ik in dogmatische zin niet geloof in het bestaan van collectief karma (zie blog van 26 september, par. 4.2 ), is deze term in meer dagelijkse zin wel op het BUN-bestuur van toepassing.


=======================================================================

Het bezwaarschrift

"Versteeg wigman sprey advocaten


PER AANGETEKENDE POST
Commissariaat voor de Media
Postbus 1426
1200 BK HILVERSUM

Datum 9 februari 2010
Kenmerk Uw kenmerk: 19752/2009019245
Betreft Bezwaarschrift besluit op aanwijzingsaanvraag ex art. 2.42 Mediawet 2008

BEZWAARSCHRIfT
Geacht Commissariaat,

Namens mijn cliënte, de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Boeddhistische Unie Nederland, gevestigd te (1031 XS) Amsterdam aan de Ranonkelkade 13 I (verder: "B.U.N.") maak ik hierbij bezwaar tegen het besluit van het Commissariaat voor de Media ("het Commissariaat") inzake de aanwijzingsaanvraag ex artikel 2.42 Mediawet 2008, d.d. 31 december 2009 onder kenmerk 19752/2009019245 ("het Besluit"). Een kopie van het Besluit is aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 1. Het Besluit is genomen naar aanleiding van de door B.U.N. ingediende (concessie-) aanvraag in de zin van artikel 2.42 Mediawet 2008 ("de Aanvraag"). Een kopie van de Aanvraag is aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 2.

Inleiding

De Aanvraag betreft een aanvraag van B.U.N. om te worden aangewezen als rechtspersoon voor het verzorgen van media-aanbod op geestelijk terrein voor de landelijke publieke mediadienst.
De Aanvraag is gedaan voor grootteklasse B zoals gedefinieerd in artikel 4 lid 1 van de Beleidsregels aanwijzing kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag 2010-2015 (artikel2.42 van de Mediawet) (hierna: de "Beleidsregels"). Het corresponderende aantal aanhangers van de desbetreffende religieuze of geestelijke stroming voor grootteklasse B dient minimaal 500.000 en maximaal twee miljoen personen te omvatten.

B.U.N. beroept zich voor de schatting van het aantal aanhangers van het desbetreffende stroming, het boeddhisme, op de volgende onderzoeken:
a. de eerste resultaten van het door de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de Nederlandse Publieke Omroep ("NPO") uitgevoerde kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar boeddhisme inNederland (het "NPO- onderzoek");

b. het door het Centraal Bureau voor de Statistiek ("CBS") uitgevoerde onderzoek naar de aanhang van het boeddhisme onder eerste en tweede generatie immigranten, aan de Aanvraag gehecht als bijlage 3;

c. het onderzoek "God in Nederland" 1 uit 2006, dat in opdracht van het Rooms-Katholiek Kerkgenootschap (RKK) door het Sociaal en Cultureel Planbureau ("SCP") en het aan de Radboud Universiteit Nijmegen verbonden Kaski-instituut is uitgevoerd, en

d. het onderzoek van het SCP getiteld "Culturele veranderingen in Nederland (2002)".
Uit het onder a. bedoelde onderzoek blijkt dat het boeddhisme onder Nederlanders een aanhang heeft van 832.895 personen. Indien het aantal boeddhisten onder eerste en tweede generatie immigranten daarbij wordt opgeteld (blijkens het onder b. genoemde onderzoek van het CBS op 1 januari 2007 minstens 113.000 personen), heeft het boeddhisme in Nederland circa 900.000 aanhangers (rekening houdend met een overlap tussen beide groepen). Uit het onder c. bedoelde onderzoek blijkt dat meer dan 500.000 Nederlanders zich het meest verwant voelt met het boeddhisme. Uit het onder d. bedoelde onderzoek volgt, zoals tevens onder 2.2 van het NPOonderzoek is vermeld, dat l,S miljoen Nederlanders zich enigszins tot sterk verwant voelen met het boeddhisme.

Het Commissariaat heeft B.U.N. tijdens een hoorzitting op 20 oktober 2009 gehoord met betrekking tot de Aanvraag.
In het Besluit zijn onder het kopje "uren" onder meer de volgende overwegingen opgenomen:
overweging 34: "Op de bij gelegenheid van het bovengenoemde onderzoek [het NPOVerslag] gestelde vraag welke stroming op dit moment persoonlijk de meeste inspiratie en inrichting biedt, antwoordden, omgerekend naar de gehele bevolking van 18 jaar en ouder, ruim 370.000 mensen met Boeddhisme. Uit de beantwoording van de daaropvolgende vraag welke stroming op de tweede plaats komt als het gaat om inspiratie en richting kan, naar ons oordeel, niet een daadwerkelijke affiniteit worden afgeleid met die stroming."
Overweging 35: "Tijdens de hoorzitting op 20 oktober 2009 kwam voorts naar voren dat op de in het kader van dat onderzoek [het NPO-verslag] tevens gestelde vraag of men zich Boeddhist noemt, circa 200.000 mensen antwoordden zich Boeddhist te voelen maar zich niet tot een stroming te rekenen."
Overweging 36: "Ten behoeve van de zendtijdaanvraag voor de periode 2005-2010 heeft de BUN aangegeven dat de omvang van haar achterban 250.000 mensen bedraagt. ( ... ) Wij achten het evenwel niet aannemelijk dat de achterban van de BUN binnen 5 jaar meer dan
verdrievoudigd is."
Overweging 37: "Wij zijn van oordeel dat de door de BUN gepresenteerde cijfers aantonen dat het Boeddhisme een aanhang heeft van meer dan 100.000 mensen, maar ruim minder dan 500.000 personen."

1 T. Bernts, G. Dekker en J. De Hart, God in Nederland, Kampen: Uitgeverij Ten Have 2006

Overweging 38: "( ... ) Ons zijn geen feiten en omstandigheden bekend en gezien het bovenstaande heeft de BUN ook geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding zijn ( ... ) de indeling van de BUN in grootteklasse C (bij de hoofdstroming van minder dan 500.000 personen) te wijzigen."

Het Commissariaat heeft vervolgens in artikel II van het Besluit als volgt besloten: "Het Commissariaat stelt voor de periode van 1 september 2010 tot en met 31 december 2015 per jaar 69 uur en 30 minuten beschikbaar op de algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst en per jaar 23 uur en 6 minuten beschikbaar op de algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst. "

Gronden van het bezwaar
B.U.N. kan zich met het Besluit niet verenigen, omdat zij ten onrechte niet is ingedeeld igrootteklasse B en haar ten onrechte niet de haar op grond van die grootteklasse toekomende hoeveelheid zendtijd is toegekend. Het Besluit is om die reden in strijd met de Beleidsregels. Het bestreden besluit is daarnaast in strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu bij de toekenning van zendtijd aan andere omroepen andere maatstaven zijn gehanteerd.

Hiernavolgend zal dit standpunt nader worden uitgewerkt en toegelicht.
Toelichting - De onderzoeken
B.U.N. stelt zich op het standpunt dat het boeddhisme in Nederland meer dan 500.000 aanhangers heeft. Dit volgt onder meer uit het onderzoek "God in Nederland" uit 2006. Een afschrift van het relevante gedeelte van dit onderzoek is aan dit bezwaar gehecht als bijlage 3.
Uit dit onderzoek blijkt dat 4,2% van de Nederlanders van 17 jaar en ouder in 2006 zich het meest verwant voelden met het boeddhisme. Volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 2006 12.947.770 Nederlanders met een leeftijd van 17 jaar en ouder.
Daarmee komt de voornoemde 4,2% neer op meer dan 543.000 personen Nederlanders van 17 jaar en ouder die zich in 2006 het meest verwant voelden met het boeddhisme. In bijlage II bij de brief van de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de NPO d.d. 5 februari 2010, aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 4, is onder 1.2 het voornoemde aantal Nederlanders van 17 jaar en ouder in 2006 genoemd.

Aan de uitkomsten van het onderzoek 'God In Nederland' wordt in het Besluit geheel voorbij gegaan. Dit terwijl bijvoorbeeld het besluit, waarbij aan de Stichting Humanistische Omroep zendtijd voor de periode 2010-2015 wordt toegekend, wel op dit onderzoek is gebaseerd. Door in het bestreden Besluit voorbij te gaan aan de uitkomsten van dit onderzoek, handelt het Commissariaat in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
Ook uit een eerder onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau "Culturele veranderingen in Nederland" (2002) onder Nederlanders van 16 jaar en ouder blijkt dat 12% van hen zich enigszins tot sterk verwant voelt met het boeddhisme. Dit komt omgerekend neer op iets meer dan 1,5 miljoen personen. Deze cijfers en de bron daarvan zijn tevens vermeld onder 2.2 van de Aanvraag.
Uit de eerste resultaten van het onderzoek dat op verzoek van B.U.N. in 2009 door de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de Nederlandse Publieke Omroep is uitgevoerd naar de omvang van de aanhang van het boeddhisme in Nederland blijkt dat er anno 2009 meer dan 830.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder daadwerkelijk affiniteit hebben met boeddhisme. Aan deze personen is vervolgens gevraagd met welke boeddhistische stroming zij zich het meest identificeren.
De uitslag van dit deel van het onderzoek is in de onderstaande tabel weergegeven. Dit overzicht was nog geen onderdeel van het aan de Aanvraag gehechte NPO-onderzoek en geldt als aanvulling op die "eerste resultaten" van het "grootschalig onderzoek naar de achterban van de BOS". Hoewel de afdeling MediaOnderzoek & - Advies het onderzoek op de datum van dit bezwaar nog niet volbracht heeft, heeft zij op verzoek van de B.U.N. dit overzicht wel alvast toegestuurd om zo nadere informatie te geven die van belang is voor de beoordeling van de Aanvraag. In de als bijlage 4 aan dit bezwaarschrift gehechte brief van de voornoemde afdeling MediaOnderzoek & - Advies wordt gemeld en toegelicht. In bijlage I van die brief is de onderstaande tabel toegelicht.

Andere boeddhistische stroming 0,7% 6
Mahayana (Zen) boeddhisme 11,1% 94
Theravada boeddhisme 0,7% 6
Tibetaans boeddhisme 23,7% 200
Voel me boeddhist, maar identificeer me niet met een bepaalde stroming 24,7% 210
Weet niet 38,4% 325
Geen antwoord 0,7% 6
Totaal 100,0% 847
Deze vraag is gesteld aan alle respondenten die hebben aangegeven daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme te hebben. N=278

2 Overigens heeft de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de NPO, in overleg met TNS NIPO, na het uitbrengen van de 'eerste resultaten' besloten "het bereik van de gebruikte wegingsfactoren te verkleinen, waardoor de weging binnen de gangbare normen valt". Uit de hiervoor bedoelde herberekening volgt overigens dat het absolute aantal personen dat 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme heeft 847.000 is.

Uit dit overzicht blijkt dat 36,2% van de respondenten (absoluut: 306.000 personen) die hebben
aangegeven 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme te hebben zich met een specifieke
stroming van het boeddhisme identificeert. 24,7% van de respondenten voelt zich wel boeddhist,
maar identificeert zich niet met een bepaalde stroming. Absoluut komt dit neer op 210.000
personen. Het totaal van het aantal respondenten dat zichzelf als boeddhist beschouwt is daarmee 60,9%, hetgeen neerkomt op een absoluut aantal van 516.000 personen. Ook op basis van deze cijfers zou de B.U.N. in aanmerking komen voor indeling in grootteklasse B.
In overweging 35 van het Besluit is overwogen dat tijdens de hoorzitting op 20 oktober 2009 naar
voren kwam dat op de in het kader van het NPO-verslag tevens gestelde vraag of men zich
boeddhist noemt, circa 200.000 mensen antwoordden zich boeddhist te voelen maar zich niet tot
een stroming te rekenen. Daarmee wordt gerefereerd aan het aantal van 210.000 mensen uit
bovenstaand overzicht.
Indien het Commissariaat met overweging 35 heeft willen aangeven dat voor de bepaling van de
omvang van de aanhang van het boeddhisme slechts relevant is of de respondenten zich tot een
bepaalde stroming rekenen, en dat de voornoemde 210.000 personen dientengevolge niet als aanhanger van het boeddhisme beschouwd dienen te worden (hetgeen niet door het Commissariaat is gemotiveerd), dient het volgende te worden opgemerkt.
Het feit dat een deel van de respondenten heeft aangegeven zich niet tot een specifieke stroming
binnen het boeddhisme te rekenen is een kenmerk van het Westers boeddhisme (en van de huidige beleving van religie). Kenmerkend voor het Westers boeddhisme is immers, zoals ook uiteengezet in de Aanvraag, dat daarin elementen uit de traditionele substromingen van het boeddhisme en van andere levensbeschouwelijke stromingen worden overgenomen, geïntegreerd en dat daaraan soms een andere vorm wordt gegeven. Daarnaast wordt het boeddhisme gekenmerkt door een hoogopgeleide, kritische en mondige achterban met grote weerzin tegen institutionalisering.
Het is dan ook juist typerend voor het (westerse) boeddhisme dat de aanhangers van deze
overtuiging zichzelf niet gauw tot een stroming rekenen en voor zover zij dit al doen zich niet
beperken tot een specifieke stroming binnen het boeddhisme. De verklaring voor het feit dat een
deel van de respondenten van het NPO-onderzoek aangeeft niet een bepaalde stroming van het
boeddhisme aan te hangen is dan ook dat deze groep het Westers boeddhisme aanhangt.
Daarnaast is het zo dat de hedendaagse West-Europese beleving van geloofsovertuigingen in de loop van de twintigste eeuw informeler is geworden. In het artikel in NRC Handelsblad d.d. 23 december 2007, aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 5, meldt godsdienstsocioloog professor M. Ter Borg dat de "herinnering aan de soms dwingende religieuze gezagsstructuren" "verwaaid" is. Blijkens het artikel is volgens peilingen van het Sociaal en Cultureel Planbureau ongeveer 70 procent van de Nederlandse bevolking gelovig. Slechts 25 procent van hen is echter lid van 'traditionele religieuze instellingen'. In het artikel wordt dan ook gesproken van de "de-institutionalisering" van religie waardoor men minder vasthoudt aan de traditionele stromingen. Ook dit is een verklaring voor het feit dat een deel van de Nederlanders die zichzelf als boeddhist beschouwt, zich niet tot een (geïnstitutionaliseerde, traditionele) stroming van het boeddhisme rekent.
Bovendien dient erop te worden gewezen dat het Commissariaat, gelet op de vrijheid van Godsdienst en de scheiding tussen kerk en Staat, "zich niet [mengt] in theologische discussies of een substroming, richting of school, behoort tot de zuivere leer van de hoofdstroming." Zo heeft het Commissariaat besloten in onder andere overweging 47 van haar besluit d.d. 29 december 2009 op concessieaanvraag van de Stichting Verenigde Moslim Omroep. Indien overweging 35 van het Besluit dan ook zo gelezen dient te worden, dat het Commissariaat daarmee heeft bedoeld dat het aantal mensen dat zich boeddhist voelt, maar zich niet tot een stroming rekent, niet als een aanhanger van het boeddhisme dient te worden beschouwd, is dit in strijd met voornoemde vrijheid van Godsdienst en scheiding tussen kerk en Staat.
Ten slotte dient met betrekking tot overweging 35 het volgende te worden opgemerkt. Ook indien de 210.000 personen die zich niet tot een stroming rekenen in mindering zouden worden gebracht op het totale aantal personen dat blijkens het NPO-rapport 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme heeft (meer dan 840.000), resulteert dit in een aantal van meer dan 630.000. Zelfs indien uit het rapport zou blijken dat er slechts circa 630.000 aanhangers van het boeddhisme zouden zijn in plaats van het door B.U.N. gestelde aantal van meer dan 840.000, dan zou B.U.N. alsnog dienen te worden ingedeeld in grootteklasse B.

De vraagstelling
In overweging 34 van het Besluit is overwogen dat "uit de beantwoording van de ( ... ) vraag welke stroming op de tweede plaats komt als het gaat om inspiratie en richting" naar het oordeel van het Commissariaat "niet een daadwerkelijke affiniteit" met die stroming kan worden aangetoond.
In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 maart 20073 op de beroepen tegen de toekenning van zendtijd aan kerkgenootschappen en genootschappen op
geestelijke grondslag voor de periode 2005-2010 wordt in alinea 2.19 overwogen dat een geschikte vraag om de achterban van een hoofdstroming te bepalen is tot welk kerkgenootschap, godsdienst of levensbeschouwelijke groepering de respondent zich rekent.
B.U.N. is van oordeel dat de geloofsbeleving in Nederland sinds 2005 zodanig is gewijzigd dat deze
vraagstelling niet langer voldoet om de aanhang van een bepaalde hoofdstroming te bepalen. Zoals
in het voorgaande reeds is uiteengezet, is slechts 25% van de Nederlandse bevolking lid van
traditionele religieuze instellingen, terwijl 70% van de bevolking wel gelovig is. Als men de in 2005 gehanteerde vraagstelling in 2010 zou hanteren, zou dit dan ook een heel ander beeld van de aanhang van de verschillende hoofdstromingen geven.

Om die reden is het begrip "daadwerkelijke affiniteit" in het NPO-onderzoek in overleg met onder
meer de hoogleraren Vroom (VU) en Oosterling (EUR) en met de heer De Hart van het SCP vertaald in vragen welke stroming op dit moment persoonlijk de meeste inspiratie biedt en welke stroming
daarnaast inspiratie biedt. Deze vraagstelling doet meer recht aan de verschillende vormen waarop
religies en levensbeschouwingen heden ten dage beleefd worden en verschaft een betrouwbaarder
beeld van de stroming waar mensen daadwerkelijk affiniteit mee hebben dan de beantwoording van
de vraag tot welk kerkgenootschap, godsdienst of levensbeschouwelijke groepering men zich rekent.
Overigens volgt ook uit onderdeel 3d van de 'Beleidslijn zendtijdaanvragen van kerkgenootschappen
en genootschappen op geestelijke qrondslaq'" dat 'daadwerkelijke affiniteit' ook blijkt uit 'adhesie betuigingen' aan een bepaalde stroming. Daarvan is sprake als men behalve aan één hoofdstroming ook inspiratie en richting ontleent aan een andere hoofdstroming.
Het is tegenwoordig dan ook wel degelijk mogelijk dat een persoon 'daadwerkelijke affiniteit' heeft met meer dan een stroming. Dit blijkt tevens uit het antwoord op de vraag uit het NPO-onderzoek naar de stroming die naast de stroming die het meeste inspiratie en richting biedt, de meeste inspiratie en richting biedt. De respondenten konden immers ook kiezen voor het antwoord: 'geen tweede stroming'. Indien het publiek zich enkel zou oriënteren op één religie of levensbeschouwing zou dan ook 'geen tweede stroming' zijn geantwoord. Dat is echter niet het geval geweest.
Bovendien luidde de vraagstelling welke stroming 'daarnaast' de meeste inspiratie en richting biedt.
Het antwoord op de vraag welke stroming eveneens inspiratie en richting biedt, geeft om
voornoemde redenen dan ook wel degelijk een 'daadwerkelijke affiniteit' met een bepaalde stroming weer.

Deze visie wordt overigens niet alleen gedeeld door de afdeling MediaOnderzoek & -Advles van de Nederlandse Publieke Omroep. Blijkens het eerder genoemde onderzoek 'God In Nederland' hebben ook het Sociaal en Cultureel Planbureau en het aan de Radboud Universiteit Nijmegen verbonden Kaski-instituut gemeend dat de vraag welke religieuze of levensbeschouwelijke stroming eveneens inspiratie en richting biedt wel degelijk relevant is in het kader van het bepalen van de
geloofsovertuiging. Dit wordt mede aangetoond door het feit dat aanhangers van het Westers
boeddhisme vaak niet alleen affiniteit met slechts één levensbeschouwelijke stroming hebben. In het Westers boeddhisme worden immers elementen van andere levensbeschouwelijke stromingen
overgenomen, geïntegreerd of wordt daaraan een andere vorm gegeven. Dit is de verklaring voor
het feit dat juist de aanhangers van het Westerse boeddhisme met meer dan één stroming daadwerkelijke affiniteit hebben.

De aanvraag voor 2005-2010
De reden dat B.U.N. ten behoeve van de zendtijdaanvraag voor de periode 2005-2010 heeft
aangegeven dat de omvang van haar achterban slechts 250.000 mensen bedroeg, is erin gelegen
dat de B.U.N. destijds voor de berekening van de omvang van haar aanhang een - naar achteraf
blijkt - te strikte interpretatie van het begrip 'daadwerkelijke affiniteit' heeft gehanteerd. Destijds zijn immers alleen tot de aanhang van het boeddhisme gerekend diegenen die een boeddhistisch centrum financieel ondersteunden en participeerden in tenminste de helft van de activiteiten van een dergelijk centrum. Dit is een te streng criterium dat derhalve ook niet houdbaar is. Het feit dat op basis van dit criterium de omvang van de aanhang werd vastgesteld op 250.000 mag om die reden dan ook niet als argument worden gebruikt waarom het onwaarschijnlijk is dat die aanhang nu meer dan 500.000 personen zou bedragen.
Bovendien is een verklaring voor het gestegen aantal boeddhisten in de periode van de
zendtijdaanvraag voor de periode 2005-2010 en de huidige Aanvraag, dat het aantal boeddhisten in
Nederland juist in de afgelopen jaren exponentieel is gestegen. Deze stijging wordt aangetoond door onderstaand overzicht uit bijlage I van het door de afdeling MediaOnderzoek& - Advies van de NPO toegestuurde brief, aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 4. In dit overzicht wordt antwoord gegeven op de vraag onder de respondenten uit het NPO-onderzoek die hebben aangegeven 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme te hebben, hoe lang ze het boeddhisme beoefenen.
Uit dit overzicht blijkt dat een aanzienlijk deel van de huidige boeddhisten (475.000) pas de laatste vijf jaren het boeddhisme beoefenen, hetgeen aldus de stijging in de omvang van de aanhang van het boeddhisme verklaart.

Minder dan 1 jaar 21,3% 181
1 t/rn 2 jaar 16,2% 138
3 t/rn 5 jaar 18,4% 156
6 tjm 10 jaar 9,0% 77
Meer dan 10 jaar 19,1% 162
Weet niet 15,2% 129
Totaal 100,0% 847
Deze vraag is gesteld aan alle respondenten die hebben aangegeven daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme te hebben. N=278

Bovengenoemde omstandigheden verklaren de discrepantie tussen de opgave van het aantal
aanhangers van het boeddhisme zoals die is gedaan in de zendtijdaanvraag voor de periode 2005-
2010 en in de Aanvraag voor de periode 2010-2015.
De enkele overweging dat het Commissariaat het niet aannemelijk acht "dat de achterban van de
BUN binnen 5 jaar meer dan verdrievoudigd is", is gelet op het bovenstaande dan ook niet
overtuigend.

Conclusie

Het bovenstaande samenvattend kom ik, namens B.U.N. tot geen andere conclusie dan dat, anders dan het Commissariaat in alinea 38 van het Besluit overweegt, er door B.U.N. wel degelijk feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht die aanleiding zijn om de indeling van B.U.N. in grootteklasse C te wijzigen. Aangezien uit de gehouden onderzoeken volgt dat het aantal Nederlanders dat een 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme heeft meer dan 500.000 bedraagt, dient de B.U.N. in grootteklasse B te worden ingedeeld.
B.U.N. verzoekt het Commissariaat dan ook het bestreden Besluit te herroepen en alsnog de zendtijdaanvraag van de B.U.N. voor grootteklasse B te honoreren en haar de corresponderende hoeveelheid zendtijd op de algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst en op de algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst toe te kennen.

Hoogachtend,

B.M. van Werven
advocaatnrc

donderdag 11 december 2014

Rapport van de BUN-werkgroep ongeorganiseerden - En een persoonlijk bericht

Een persoonlijk bericht en het verslag van de BUN-werkgroep over de wijze van betrekken van ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN

Eerst dat persoonlijke bericht
Omdat ik links en rechts heb meegedeeld dat ik afgelopen maandag werd geopereerd, nu het nieuws dat die operatie gelukt lijkt te zijn. Ik ben weer terug, m'n fysieke conditie is nog niet honderd procent maar m'n mentale, m'n scherpte dus, al wel.

========================================================================

Dan het BUN-rapport

Gezien m'n grote betrokkenheid, al een jaar of zes, bij dit thema, heb ik het BUN-bestuur om een exemplaar gevraagd, zowel voor de ledenvergadering van 22 november als er na.
Ik kreeg het 8 december van BUN-voorzitter Michael Ritman, op zich al een hele vooruitgang na het spastische zwijgen de afgelopen jaren.

Het probleem begint meteen al met de titel van de werkgroep, hun opdracht die de werkgroep van het bestuur had gehad en de samenstelling van de werkgroep.
1. De titel van de werkgroep was aanvankelijk 'Werkgronden ongebonden boeddhisten'. Nu heeft hij geen naam meer ("Werkgroep die zich bezig houdt met de vraag naar de betrokkenheid bij de BUN van individuele boeddhisten)".

2. De opdracht staat in paragraaf 1 van het rapport, de gewijzigde opdracht in paragraaf 5.
In de brainstormdiscussie bleef hier niets van over, ik citeer uit het verslag:
"H3a Wat wil en kan de BUN betekenen voor individuele boeddhisten?
* Als individuele Boeddhisten zich willen organiseren, dan is dat een mogelijkheid voor deelname.
* Geïnteresseerden de weg naar de sangha’s bieden (bv ook na mindfulness-cursus)
* De opleiding aan de VU/ BZI
* Informatie op website is voor iedereen
* De kennis/ boodschap van het boeddhisme overbrengen
* Wat betreft de vraag naar individuele boeddhisten, vallen we toch weer terug op de term
‘ongeorganiseerden’. Het gaat hier om mensen, die al boeddhist zijn (wat die term ook moge
betekenen). Ze weten dus de weg.
* Veel belangrijker vinden we echter de groep die interesse heeft in het boeddhisme en zich wil
aansluiten bij een van de bestaande sangha’s. "

De ongeorganiseerde boeddhist - de oorspronkelijke opdracht - is dus volledig weggeschreven! Vooral de laatste twee punten zijn denigrerend.

3. Dan de samenstelling. Eerst zaten er vier mensen in, voortgekomen uit de ledenvergadering van de BUN uit 2013. Uit het eindrapport blijkt dat er later twee bestuursleden bij zijn gekomen. Het is misschien voor boeddhisten de gewoonste zaak van de wereld maar deze uitbreiding van een werkgroep die aan het bestuur moet adviseren vind ik op basis van mijn bestuurservaringen onjuist. Correct zou zijn geweest dat het rapport van de (oorspronkelijke) werkgroep met commentaar van het bestuur aan de Ledenvergadering was voorgelegd.

Ritman schrijft in z'n aanbiedingsmail aan mij dat het een intern document betreft maar zeker geen geheim stuk is. Ook dat is een vooruitgang. Ik heb op basis van m'n eigen morele afweging besloten dat ik het mag, ja moet publiceren. Transparantie en openheid (tenzij ...) moet de regel zijn.

De ledenvergadering heeft de middag van de 22e gebrainstormd over de voorstellen van de werkgroep. De gesprekken waren open, levendig en constructief. Er bestaat veel animo om de BUN te vernieuwen en meer naar buiten te richten. Daar gaan we gericht mee aan de slag. (let wel dit is een iets ingekort citaat).

Tenslotte vroeg hij me dat, als ik nog vragen of ideeen had, dat hem te melden.
Dat ga ik doen.
Vooralsnog heb ik er twee
  • Ik adviseer het BUN-bestuur om mijn voorstel over de toekomst van de BUN, opgenomen in mijn blog van 25 augustus , over te nemen.
  • Ik adviseer het BUN-bestuur om alsnog excuses aan te bieden aan het CvdM (Commissariaat voor de Media) voor het feit dat de BUN in 2009 mee is gegaan met de claim van de BOS als zouden er 900.000 boeddhisten in Nederland zijn. En eerst te onderkennen dat de BUN daar destijds en bij he bezwaarschrift in 2010 echt in mee is gegaan. Dit los van de huidige rechtszaak, maar als morele zaak.

Update
In een mail aan Michael noemde ik er nog een paar:
•  Ontwikkel, gericht op de ongeorganiseerde boeddhist, twee vormen van digitale sangha's:
- Bestaande of te starten huiskamergroepen worden op afstand (licht) begeleid door een lid van een sangha (wel meerdere, zodat er keus is).
- 'Echte' digitale sangha's waarbij er niet of nauwelijks sprake is van bij elkaar komen
Over beide vormen is er wel wat (Amerikaanse) literatuur. Zie, voeg ik weer aan die mail toe, het zeer recent verschenen 'Buddhism, the Internet and Digital Media: The Pixel in the Lotus' van Grieve en Veidlinger, ontdekt via Bodhitv. (Ik heb het nog niet gelezen en de BUN kan het zich niet veroorloven, zelfs de Kindle-versie van Amazon kost 100 euro.)

•  Nog steeds is bij de BUN het model van betrekken van ongeorganiseerden mogelijk zoals dat wordt gehanteerd in Duitsland (een platform dat zichzelf binnen randvoorwaarden organiseert en recht heeft op een of twee zetels in de ALV)
Maar dit is wellicht inmiddels een lapmiddel, de identiteitscrisis van de BUN is te ver gevorderd om hier nog heil van te verwachten.

•  Dat breng me tenslotte bij m'n ultieme advies aan de BUN dat ik al herhaaldelijk heb geuit:
hef je op en wacht met een open mind af of er leven is na deze dood.
Einde update


Ik voeg hieronder het rapport toe. Zonder verder commentaar.
Wel erachter als curiositeit uit de oude doos een notitie van de voormalige BUN-voorzitter (een voormalige, na hem zijn er nog vier anderen geweest) Jan Willem Houthoff uit Herfst 2007.

Er is overigens ook een verslag van de brainstorm door de BUN-leden op 22 november gevoerd. Daar heeft het Boeddhistisch Dagblad al over geschreven; ik heb me hier tot het citeren van één passage beperkt.

===============================================================

Een kwestie van betrokkenheid
 
Verslag van de bevindingen van de werkgroep die zich bezig houdt met de vraag naar de
betrokkenheid bij de BUN van individuele boeddhisten.
Amsterdam, 8 oktober 2014

Inhoud
1. Opdracht 3
2. Probleemanalyse 3
3. Bevindingen van de werkgroep 6
4. Omgaan met kritiek 8
5. Aanbeveling 8
6. Voorstel werkgroep 9
7. Vraagstelling 9
Bijlage 1: Schema maatschappelijke omgeving BUN 10
 
Leden van de werkgroep:
Stijn Bunschoten (European Zen Center).
Henk Dolfing (Jewel Heart).
Olivier Provily (European Zen Center).
Michael Ritman (Rigpa)
Aad Verboom (Dhammadipa).
Paula de Wijs (Maitreya Instituut)
 
1. Opdracht
Het bestuur van de Boeddhistische Unie Nederland heeft de werkgroep de volgende opdracht
gegeven:
Moeten ongebonden boeddhisten in de Boeddhistische Unie vertegenwoordigd worden en
zo ja, waarom en op welke organisatorische manier?
Deze vraagstelling is geformuleerd aan de hand van één van de aanbevelingen van het rapport
Lotusbloem uit 2012:
Onderzoek hoe een platform gecreëerd kan worden voor personen die zich niet willen
laten vertegenwoordigen door één van de aangesloten leken-sangha’s, maar wel gehoord
willen worden door BUN-bestuur en ALV.
Het instellen van de werkgroep is daarom een logisch gevolg van de uitkomsten van het rapport
Lotusbloem.
 
2. Probleemanalyse
De werkgroep heeft geprobeerd de hiernavolgende vragen te beantwoorden ten aanzien van het
eventuele lidmaatschap van zogenaamde ongebonden boeddhisten.
1. Wat is de definitie van ‘ongebonden boeddhisten’?
- De werkgroep is er na gesprekken met individuele boeddhisten achter gekomen dat
niemand zich in de term ‘ongebonden boeddhisten’ herkent. Beter is het om te
spreken van ‘individuele boeddhisten’.
- Er zijn in het verleden al veel discussies geweest over de vraag ‘wat is een
boeddhist’. In het kader van de onderzoeksopdracht hanteert de werkgroep deze
brede definitie: ‘iemand die zichzelf als boeddhist ziet’ (noot 1). Dit kan dus iemand zijn die
zich bij een leraar en een organisatie heeft aangesloten, maar ook iemand die dat niet
gedaan heeft.
 
(noot 1) Dit sluit aan bij de definitie in het CBS-rapport van december 2013 ‘Het belang van religie voor sociale
samenhang’: ‘een persoon [die] zich rekent tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke
groepering’. Volgens dit rapport rekent 0,5% van de bevolking zich tot het boeddhisme. Dit komt overeen met 65.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder in 2012.

 
2. Wat zeggen de statuten over het lidmaatschap van individuele boeddhisten?
- De statuten voorzien niet in het lidmaatschap van individuele leden. Alleen
groeperingen of organisaties komen onder voorwaarden in aanmerking voor het
lidmaatschap.
 
3. Waarom is dit statutair zo bepaald?
- De BUN is opgericht door de eerste leden van de BUN. Dat waren bestaande
boeddhistische organisaties. In de geschiedenis van de BUN zijn er wel discussies
geweest over een individueel lidmaatschap, maar dat heeft niet geleid tot het instellen
daarvan. De werkgroep erkent dat individuele boeddhisten zich hierdoor mogelijk
buitengesloten voelen.
 
4. Wat zijn de argumenten, voor én tegen, indien individueel lidmaatschap wordt mogelijk
gemaakt?
a. Voor de leden van de BUN:
voor:
- Toegankelijkheid: BUN-leden komen sneller en makkelijker in contact met
individuele boeddhisten.
- Inspiratie: BUN-leden kunnen zich laten inspireren door individuele
boeddhisten met originele visies, maatschappelijke ervaring en specifieke
capaciteiten.
tegen:
- Verwarring: individuele boeddhisten die wél bij een organisatie zijn
aangesloten kunnen binnen de BUN beleidsmatig andere ideeën uiten dan
de vertegenwoordigers van de organisatie waarbij ze aangesloten zijn.
- Evenwichtigheid: wat is het gewicht van een individueel lid ten opzichte
van een organisatie die lid is.
b. Voor de individuele boeddhisten:
voor:
- Zichtbaarheid: Individuele boeddhisten zijn dan officieel vertegenwoordigd
in boeddhistische aangelegenheden in Nederland.
- Betrokkenheid: Individuele boeddhisten kunnen als lid hun betrokkenheid
tonen en zich betrokken voelen.
tegen:
- Individualiteit: Het kan zijn dat individuele boeddhisten zich niet door de
BUN willen laten vertegenwoordigen.
- Onafhankelijkheid: Individuele boeddhisten kunnen los van de BUN
makkelijker een individuele mening verkondigen en een onafhankelijk
geluid laten horen.
c. Voor de maatschappelijke partners:
voor:
- Representativiteit: De maatschappelijke partners overleggen dan met de
BUN als een bredere vertegenwoordiging van het boeddhisme in
Nederland.
tegen:
- Stabiliteit: de BUN is in een nieuwe opzet mogelijk minder stabiel, en
daardoor minder betrouwbaar als gesprekspartner voor maatschappelijke
partners.
d. Voor de BUN als bestuurlijke organisatie:
voor:
- Scherpte: meer kritische reflectie binnen de eigen organisatie.
- Betrokkenheid: de BUN kan profiteren van de betrokkenheid van
individuele boeddhisten.
- Dynamiek: de BUN kan als organisatie aan dynamiek winnen door de
inbreng van individuele leden.
tegen:
- Stabiliteit: te veel dynamiek kan ontwrichtend werken
- Overzichtelijkheid: de organisatie wordt complexer
 
5. Bij wie leeft de vraag of een lidmaatschap voor individuele boeddhisten mogelijk moet
worden gemaakt?
a. Bij de leden van de BUN:
- zie hoofdstuk 1: Opdracht. Deze vraag leeft bij de leden van de BUN, op
basis van de aanbeveling uit het rapport Lotusbloem, onder de noemer van
verbetering van representativiteit en imago.
b. Bij de individuele boeddhisten:
- Er zijn enkele individuele boeddhisten die zich in het verleden
buitengesloten en niet gehoord voelden door de BUN. Dit heeft geleid tot
veel kritiek van hun kant, wat niet bevorderlijk was voor het imago van de
BUN en aan de BUN gerelateerde organisaties (BOS en BZI).
- Er is verder niet onderzocht of de BUN iets kan betekenen voor individuele
boeddhisten. Later in dit rapport komen we in dit verband wel met een
aanbeveling.
c. Bij de maatschappelijke partners:
- De maatschappelijke partners hechten vooral aan stabiliteit, continuïteit en
rust. In dit verband ligt het niet voor de hand om aan de opzet van de BUN
te sleutelen.
d. Bij de BUN als bestuurlijke organisatie:
- Die behoefte is er in beperkte mate, maar wordt wel serieus onderzocht.
 
3. Bevindingen van de werkgroep
De werkgroep heeft diverse relevante stukken bestudeerd en veel onderlinge discussies gevoerd
over het onderwerp. Ook heeft de werkgroep zich laten informeren door relevante betrokkenen,
met als doel een compleet beeld te verkrijgen van de reikwijdte en complexiteit van de
probleemstelling. De werkgroep heeft zich ook laten informeren door het bestuur van de Duitse
Boeddhistische Unie.
 
1. De eerste vraag die de werkgroep zichzelf stelde was of het onderzoek zou gaan over de
vraag of en hoe individuele mensen lid kunnen worden van de BUN. In dat geval zou kunnen worden
gesproken van een technische en organisatorische kwestie, die technisch en organisatorisch
opgelost kan worden, via wijziging van de statuten. De tweede vraag die zich aandiende was of
de kwestie misschien toch complexer was dan gedacht. Dit heeft ook te maken met de
maatschappelijke omgeving van de BUN die steeds complexer wordt. (Zie Bijlage 1, voor een
vereenvoudigde, schematische weergave).
 
2. Naar aanleiding van het rapport Lotusbloem (2012) heeft de BUN een aantal veranderingen
doorgevoerd in haar eigen organisatie. Daardoor gaat veel nu relatief goed, maar er zijn ook
dingen die de BUN nog laat liggen en een voorbeeld daarvan is dat er nog niet goed en helder
gecommuniceerd wordt met mensen buiten de BUN die zichzelf als boeddhist zien, zonder dat ze
lid zijn van een boeddhistische organisatie.
 
3. De werkgroep is tot de constatering gekomen dat ‘ongebonden boeddhisten’ in werkelijkheid
niet bestaan. In de woorden van één van de werkgroepleden: ‘We hebben gezocht naar
ongebonden boeddhisten, maar we hebben ze niet kunnen vinden’. Er is wel sprake van een klein
aantal individuen dat zich kritisch opstelt ten opzichte van de BUN, maar die kritiek is niet altijd opbouwend en wordt in ieder geval vaak niet als zodanig ervaren. Bovendien is die kritiek deelsgericht op het verleden. De werkgroep is tot de conclusie gekomen dat het niet nuttig zou zijn nieuw beleid te formuleren om al dan niet aan deze kritiek een platform te bieden.
Wel bestaan er een heleboel – en steeds meer – mensen die zich aangetrokken voelen tot het
boeddhisme en daar ‘iets mee willen’. De BUN heeft, als vertegenwoordiger van boeddhistische
organisaties in Nederland een grote kans in te spelen op deze toegenomen belangstelling voor
het boeddhisme. Het zou jammer zijn als deze kans bleef liggen.
Er zijn veel mensen te vinden die (uitgesproken) ideeën hebben over de manier waarop het
boeddhisme zich in Nederland zou kunnen profileren en organiseren. De BUN zou meer gebruik
kunnen maken van deze vrij aangeboden kennis en ondersteuning. De vraag of mensen wel of
geen lid zijn van de BUN of van een sangha zou minder een rol hoeven te spelen.
 
4. Er is een geringe en enigszins obligate betrokkenheid van de eigen leden bij bestuurlijke
aangelegenheden te constateren. Bij de achterban van de leden lijkt de interesse in de BUN zo
mogelijk nog minder groot. Volgens de werkgroep zou de ALV zich deze geringe betrokkenheid
moeten aantrekken en haar kunnen beschouwen als een aanleiding om het eigen functioneren
tegen een continu kritisch daglicht te houden. Transparantie en de relatie met de buitenwereld zou
in een degelijke zelfanalyse ook een rol kunnen (en moeten) spelen. Uit diverse nota’s en notulen
blijkt wel dat zowel het bestuur als de leden van de BUN zich van deze problemen bewust zijn.
Maar hoe een en ander kan leiden tot constructieve verbetering van de communicatie van de
BUN is nog onduidelijk.
 
5. De werkgroep heeft zich vanuit diverse perspectieven over de opdracht gebogen en is dus
uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat de inhoud van de opdracht niet goed correspondeert met
de actuele, veranderlijke en levendige diversiteit van boeddhistisch Nederland anno 2014. De
BUN lijkt enigszins in zichzelf gekeerd en beperkt haar werkzaamheden tot bepaalde (enigszins
verzuilde) activiteiten, terwijl de samenleving zich in zeer snel tempo ontwikkelt in een
multireligieuze samenleving, waarin crossovers, onderlinge beïnvloeding en het ontstaan van
nieuwe grenzen en identiteiten aan de orde van de dag zijn. De werkgroep mist een betrokkenheid
en visie van de BUN op deze ontwikkelingen en op maatschappelijke kwesties in het algemeen.
Ze roept de ALV op over deze maatschappelijke betrokkenheid grondig van gedachten te
wisselen.
 
4. Omgaan met kritiek
Een tijd lang liep de relatie tussen de BUN en enkele kritische individuele boeddhisten bijzonder
moeizaam en in het verleden is het meermaals mis gegaan in de communicatie tussen deze
kritische volgers en de BUN. Er zijn volgens de werkgroep te weinig lessen getrokken uit deze
onvruchtbare relatie tussen de BUN en sommige critici. Dit heeft voor een belangrijk deel te
maken met het feit dat de communicatie van deze critici niet altijd opbouwend was, of in ieder
geval niet als zodanig ervaren werd. Toch toont volgens de werkgroep de moeizame relatie met
kritische niet-leden aan dat daar voor de BUN winst te halen valt; de BUN zou meer open en
transparant kunnen functioneren. De ALV heeft in 2009 bepaald dat er ‘geen reactie meer wordt
gegeven op vragen, stellingen, etc. van ongebonden boeddhisten die het beleid en/of de strategie
van de BUN aangaan, niet door het bestuur en niet door de leden’. De werkgroep zou graag zien
dat deze bepaling wordt ingetrokken. Wanneer de BUN op de relevante punten haar visie
verheldert kan er uit eigen kracht gecommuniceerd worden. Ze stelt ook vast dat er behalve deze
bepaling, momenteel geen duidelijkheid is over de manier hoe er wél met individuele boeddhisten
gecommuniceerd kan worden.
 
5. Aanbeveling
De oorspronkelijke onderzoeksvraag is volgens de werkgroep te eng. Volgens de werkgroep is
het nuttiger om de onderzoeksvraag en de probleemstelling te verbreden. Niet alleen moet niet
gekeken worden naar het creëren van een platform voor zogenaamde ongebonden boeddhisten,
maar vooral moet wel gekeken worden naar wat de BUN kan betekenen voor individuele
boeddhisten. Op deze manier wordt niet naar het verleden gekeken, maar naar de toekomst. De
onderzoeksvraag van de werkgroep luidt vanwege voortschrijdend inzicht als volgt:
Wat wil en kan de BUN betekenen voor individuen die zich boeddhist voelen?
 
6. Voorstel van de werkgroep
Gezien de reikwijdte en complexiteit van het onderwerp – die ook te maken heeft met een focus
op het verleden dan wel de toekomst en tevens met de mate van constructiviteit/positiviteit dan
wel destructiviteit/negativiteit – stelt de werkgroep voor om, op basis van de bevindingen van
haar onderzoek, een gedegen collectieve brainstorm te houden in de ALV. Beantwoording van
wezenlijke vragen aangaande de toekomst van de BUN kunnen alleen beantwoord worden door
de leden en niet door een werkgroep met een beperkte onderzoeksopdracht.
Door ideeën te genereren op basis van een aantal gerichte vragen kan een begin worden gemaakt
met het ontwikkelen van een toekomstvisie die wordt gedragen door een actieve ALV. Aan het
eind van dit verslag worden een aantal open vragen geformuleerd die in een dergelijke brainstorm
bestudeerd en beantwoord kunnen worden. Deze vragen zijn slechts richtinggevend; in een
brainstorm moet juist veel ruimte zijn voor relevante eigen inbreng van de leden. Alleen een
collectief gedragen visie binnen een democratisch kader biedt constructieve mogelijkheden en
perspectieven voor wat betreft de toekomst van de BUN.
 
7. Vraagstelling
De werkgroep stelt voor dat naar aanleiding van dit rapport de volgende vragen worden
voorgelegd aan de ALV, in de vorm van een brainstormsessie:
Vraag 1: Wat wil en kan de BUN betekenen, als samenwerkingsverband van
boeddhistische organisaties, voor haar leden?
Vraag 2: Wat wil en kan de BUN betekenen, als samenwerkingsverband van
boeddhistische organisaties, voor de samenleving?
Vraag 3: Wat wil en kan de BUN betekenen, voor individuen die zichzelf als boeddhist
zien en wat kunnen zij voor de BUN betekenen?
De manier waarop de brainstorm wordt ingevuld laten we graag over aan bestuur en ALV.
Uiteraard zijn we beschikbaar voor nadere toelichting en overleg.
 
Bijlage 1: Schema maatschappelijke omgeving BUN (hier niet bijgevoegd)

==================================================================

"OMZIEN IN VERWONDERING - terugblik op vier jaar BUN – Jan Willem Houthoff
 
Ruim een maand geleden heb ik toegezegd om een stukje te schrijven over mijn vier jaar als voorzitter van de BUN. Het leek me boeiend om uit de losse pols te vertellen hoe ik die vier jaar ervaren had. Maar op de een of andere manier kwam het er niet van om het op papier te krijgen. Ik ben er een paar keer aan begonnen, maar het wilde niet. Waarom niet? Omdat ik me niet wilde laten afleiden van mijn beoefening en mijn huidige activiteiten? Ik weet het niet precies. Zoveel werk is het per slot niet om een stukje te schrijven. Tenslotte heb ik mezelf de afgelopen dagen toegesproken en alsnog het stukje geschreven wat nu volgt.
 
Wat je ook doet in je leven, je loopt altijd tegen jezelf aan. Dat is precies wat er ook de afgelopen vier jaar is gebeurd. Ik heb de neiging om plannen te maken en mezelf doelen te stellen. Dat heb ik ook gedaan toen ik voorzitter van de BUN werd. Vier jaar geleden heb ik een soort bedrijfsplan opgesteld, een visie op ontwikkelingsmogelijk-heden van de BUN, op de beperkingen, en op ... (Hier is vermoelijk een zinsdeel weggevallen)
 
Ik heb dat op papier gezet toen ik een week op de Noorderpoort in Wapserveen verbleef.
En wat is er van dat plan terecht gekomen? Niet veel! De klip waar ik tegenaan liep is de klip waar al mijn voorgangers ook tegenaan zijn gelopen: het gebrek aan participatie. Als je plannen maakt heb je mensen en middelen nodig om die plannen uit te voeren, anders kunnen die plannen beter meteen de prullenbak in. De afgelopen jaren heb ik gemerkt dat het voor een koepelorganisatie vrijwel onmogelijk is om aan financiële middelen te komen. Het idee van Jean Karel om een boeddhistische ziektekostenver-zekering op te zetten leek nog het meest haalbaar. Maar we weten inmiddels dat ook dat project maar een matig succes is vanwege ... gebrek aan participatie.
Aan mensen kom je alleen als mensen bereid zijn zich in te zetten. Omdat ik ook wel besefte dat de deelname aan het werk van de BUN - de participatiegraad - verhoogd moest worden is in het bestuur besloten om een rondgang langs alle sangha’s te maken. Dat was om een betere band tussen de BUN en haar leden te leggen, om te inventariseren waar de leden behoefte aan hadden, en tenslotte ook en eigenlijk vooral om na te gaan of de leden bereid waren zich betrokkener op te stellen en een bijdrage aan de BUN te leveren. Als we bij dat laatste gesprekspunt aankwamen (welke bijdrage kunnen jullie als sangha aan de BUN leveren?) werd het meestal stil. En dan kwamen de argumenten: ‘We zijn zelf nog in opbouw, we kunnen zelf iedere steun goed gebruiken, we zoeken zelf ook naar mensen die bereid zijn de handen uit de mouwen te steken’. En als je die mensen dan vindt, dan sta je ze natuurlijk niet af aan een verre koepelorganisatie. Het hemd is nader dan de rok. Het is volstrekt logisch en ook geheel begrijpelijk. Maar als ieder het eigen belang laat prevaleren boven het gezamenlijke belang is er geen basis voor onderlinge samenwerking (BUN-doelstelling nr. 1) of behartiging van de gezamenlijke belangen van de leden (BUN-doelstelling nr. 2). Als het eigen belang voorop staat, is er in wezen geen basis voor een vereniging als de BUN. Hoe kun je een vereniging zijn als mensen zich niet willen verenigen? Wat is dan nog het bestaansrecht van een vereniging?
Dat gebrek aan participatie was natuurlijk niet zo verrassend. Mijn voorganger, Johan Niezing, had me gewaarschuwd. Ik zag het meer als een uitdaging om te slagen waar
mijn voorgangers gefaald hadden. En natuurlijk had ik na een jaar ook wel door dat het mij evenmin zou lukken om met onwillige honden hazen te vangen. Als het daarbij was gebleven, dan zou het voorzitterschap van de BUN niet veel om het lijf hebben gehad. Dan was ik er wellicht zo’n 5 uur per week aan kwijt geweest en had ik het fluitend naast mijn dagelijkse – nogal drukke - baan kunnen doen. Maar het liep anders.
 
Na een jaar gebeurde er iets, waardoor de volgende drie jaren een hectisch gebeuren werden: Theo van Gogh werd vermoord. Vrijwel van de ene dag op de andere ontwaakte Nederland uit een mooie droom. Nederland werd zich bewust van de polariserende krachten die al jarenlang onder de oppervlakte aan het wroeten waren en bezig waren zich tot vrij onverzoenlijke tegen-stellingen uit te bouwen. En die bewust-wording leidde ertoe dat allerlei groeperingen iets wilden doen om te voorkomen dat ons land aan die tegenstellingen kapot zou gaan. De politiek kwam met de leus: ‘Binding in de samenleving’ en allerlei groeperingen en religies werden naar Den Haag ontboden om er samen over te praten. De religies wilden nu ook onderling met elkaar praten. De inter-religieuze dialoog werd een hot item.
Natuurlijk werden de boeddhisten bij die dialoog betrokken. Dat lag ook voor de hand. Want wie er ook tot haat aanzette, geweld en agressie preekte, en voeding gaf aan religieuze frustratie, de boeddhisten niet. Die waren van onbesproken gedrag, daar wilde iedereen wel mee praten, daar kon je je nooit een buil aan vallen. Boeddhisten zijn immers van die mensen die op hun kussentje zitten en mediteren, die naar binnen gericht zijn, die van nature tolerant zijn en open staan voor andere religieuze opvattingen, die spreken over liefde en mededogen en 100% ongevaarlijk zijn. Ideale gesprekspartners dus, als je je op het niet ongevaarlijke terrein van de interreligieuze dialoog wilt begeven. Het enige probleem is: Hoe krijg je ze van die kussens af, hoe krijg je boeddhisten maatschappelijk betrokken? Hoe zorg je dat ze participeren?
De vragen om deelname aan velerlei vormen van interreligieuze dialoog stroomden bij de BUN binnen. Ook in deze situatie werd door de BUN een beroep gedaan op de leden. Maar slechts van een enkeling kwam er respons. Het gevolg was, dat tenslotte het bestuur zelf zich met de interreligieuze contacten ging bezighouden. Aanvankelijk heb ik me in het circuit begeven, daarin later krachtig en effectief bijgestaan door Varamitra. Allengs ging ik me minder bezighouden met de vrij uitzichtloze taak om de boeddhisten tot samenwerking te bewegen. Mijn aandacht ging steeds meer uit naar de onderlinge samenwerking tussen de religies. Er ontstond al snel een nauw onderling contact tussen een aantal bevlogen mensen van uiteenlopende religieuze en levensbeschouwelijke achtergrond die zich ten doel hadden gesteld om ‘de boel bij elkaar te houden’, mensen die de eenheid in de verscheidenheid zochten. De laatste twee jaar van mijn voorzitterschap hebben met name in het teken gestaan van deze interreligieuze dialoog.
Als ik terugkijk op mijn vier jaar dan is dat met verwondering. Ik had me tot taak gesteld om de onderlinge band tussen de sangha’s en tussen BUN, BOS en Vrienden van het Boeddhisme te versterken. Mijn inspanningen op dat vlak hebben maar weinig effect gehad, zijn stukgelopen op het gebrek aan participatie dan wel op het gebrek aan bereidheid tot samenwerking. Ik had bij mijn aantreden in de verste verte niet kunnen dromen, dat mijn bijdrage niet zozeer zou liggen binnen het boeddhisme, maar daarbuiten, te weten op het interreligieuze vlak. Maar juist op dat vlak is er de laatste jaren veel tot stand gekomen.
Als ik omzie dan denk ik vooral aan die inter-religieuze dialoog. Maar ik zie ook een eindeloze rij afspraken, onrust, mailtjes, telefoontjes, etc. Eigenlijk is het een pak van
mijn hart, dat ik na mijn afscheid weer meer aan mijn eigen beoefening toekom. De afgelopen vier jaar heb ik het vaak betreurd dat ik daarvoor zo weinig tijd had. Er waren zo veel verplichtingen… Ik voelde me verantwoordelijk voor de samenwerking tussen de leden van de BUN, voor de goede band tussen boeddhisme en andere religies, en voor het welslagen van de interreligieuze dialoog.
Als ik terugkijk dan begrijp ik dat men de eigen beoefening voorop stelt. De vrede in de wereld begint bij de vrede in jezelf. Zolang er geen vrede in jezelf is zal je bijdrage aan de vrede in de wereld ook niet erg effectief zijn. Het boeddhisme is in Nederland nog zo’n nieuw fenomeen. Het heeft nog niet de tijd gehad om zich te zetten. Vrijwel iedereen is bezig de vrede in zichzelf te zoeken. De beoefening is nog geheel gericht op innerlijke rust en eigen ontwikkeling. Aan de vrede in de wereld is men nog niet toe. Van een juiste balans tussen vrede in zichzelf en vrede in de wereld is nog geen sprake. Zolang die balans er niet is zal het boeddhisme in Nederland een weinig opvallend maatschappelijk fenomeen zijn. We doen onze beoefeningen mede voor het welzijn van alle levende wezens. Maar voorlopig komen de andere wezens er maar bekaaid vanaf. Is dat erg?
Als ik terugkijk zie ik het bestuur, de gezelligheid en de goede sfeer, de vele bijzondere mensen die ik ontmoet heb tijdens de rondgang en bij mijn interreligieuze contacten. Vaak bijzondere en mooie mensen. Het is omzien in verwondering, maar ook met dankbaarheid voor alle vriendschap en warmte.
 
Jan Willem Houthoff "

Bron:    NIEUWSBRIEF
             Boeddhistische Unie Nederland
             Herfst 2007